Het Eindhovens Dagblad schreef deze week over het sluiten van cafetaria De Koperen Hoorn en de vertraging van negentien woningen door een juridisch conflict over parkeerplaatsen. Dat is begrijpelijk, maar het verhaal is groter dan alleen een strijd tussen een ontwikkelaar, de gemeente en enkele omwonenden.
Na de behandeling bij de Raad van State op 28 juli hebben wij het volledige dossier opnieuw onderzocht. Daarbij zijn de planstukken, parkeeronderzoeken, raadsvragen, de notitie van de huisadvocaat en de stukken uit de beroepsprocedure naast elkaar gelegd.
Uit die analyse komen twee afzonderlijke zorgpunten naar voren. Het eerste gaat over de inhoudelijke en juridische kwaliteit van het bestemmingsplan. Het tweede gaat over de manier waarop het college de gemeenteraad heeft geïnformeerd.
Koperen Hoorn – leeswijzer Twee problemen in één dossier Bij Koperen Hoorn gaat het niet alleen om de vraag of de negentien woningen kunnen worden gebouwd. Het dossier laat ook zien dat de parkeeronderbouwing niet klopte en dat de raad vóór het besluit niet het volledige beeld kreeg.
De vraag of het bouwplan uiteindelijk uitvoerbaar is, staat los van de vraag of het oorspronkelijke besluit juridisch en bestuurlijk goed was voorbereid.
In dit dossier moeten daarom twee verschillende kwaliteitsproblemen worden onderscheiden: de inhoudelijke onderbouwing van het bestemmingsplan en de informatie waarop de gemeenteraad zijn besluit heeft gebaseerd.
Kwaliteit van het bestemmingsplan
Is de juiste parkeernorm toegepast, klopt de berekening, is de parkeeroplossing uitvoerbaar en is de juiste juridische maatwerkroute gevolgd? De gemeente heeft inmiddels zelf erkend dat met norm 1,8 en 34 parkeerplaatsen had moeten worden gerekend, in plaats van met norm 1,5 en 29 plaatsen.
Kwaliteit van de informatie aan de raad
Heeft de raad vóór het besluit kunnen zien welke norm werd gebruikt, waar van het parkeerbeleid werd afgeweken, wat de huisadvocaat wel en niet had onderzocht en welke bestuurlijke keuzes nog nodig waren? Juist deze informatie stond niet duidelijk in de adviesnota.
De kern: een plan kan feitelijk uitvoerbaar zijn en toch juridisch onvoldoende zijn voorbereid.
En een raad kan veel stukken ontvangen, maar toch niet het volledige beslisbeeld krijgen. De kritiek van Politiek op Inhoud is daarom niet dat de woningen onmogelijk zijn, maar dat zowel de oorspronkelijke parkeeronderbouwing als de informatievoorziening aan de raad tekortschoten.
De verkeerde parkeernorm
Het plan maakt negentien grondgebonden rijwoningen mogelijk. Bij de vaststelling is gerekend met 1,5 parkeerplaats per woning. Die norm hoort volgens de gemeentelijke Nota Parkeernormen bij kleine koopappartementen. Voor koopwoningen van het type tussen- en hoekwoning geldt in De Mortel een norm van 1,8.
Daardoor bedraagt de parkeerbehoefte geen 29, maar 34 parkeerplaatsen. De gemeente heeft tijdens de beroepsprocedure zelf erkend dat de verkeerde woningcategorie is gebruikt.
Dit was geen rekenfout. In de plantoelichting is bewust voor de lagere appartementennorm gekozen omdat de woningen kleiner zijn dan 100 vierkante meter. De gemeentelijke parkeernota biedt echter geen grondslag om een kleine grondgebonden rijwoning om die reden als appartement te behandelen.
Dat betekent niet dat de negentien woningen onmogelijk zijn. Het aanvullende parkeeronderzoek laat zien dat er in een groter onderzoeksgebied waarschijnlijk voldoende restcapaciteit aanwezig is. Maar daarmee zijn nog niet alle juridische vragen opgelost.
Nog steeds moet duidelijk worden welke parkeerplaatsen na uitvoering werkelijk beschikbaar blijven, of iedere woning over een parkeerplaats op het eigen bouwperceel beschikt en welke maatwerk- of afwijkingsroute uit de gemeentelijke parkeernota wordt toegepast. Ook de mogelijke gevolgen van de nog geldende Verordening parkeerfonds 2013 moeten worden beoordeeld.
De conclusie is daarom niet dat er niet gebouwd kan worden. De conclusie is dat het oorspronkelijke besluit op een verkeerde norm berustte en dat de juridisch juiste oplossing nog niet volledig en formeel is uitgewerkt.
Informatie aan de gemeenteraad Wat kreeg de raad te zien en wat bleek later uit het dossier? Open deze vergelijking voor het woningtype, de gebruikte parkeernorm, de reikwijdte van het advies van de huisadvocaat en het verschil tussen 29 en 34 parkeerplaatsen.
De adviesnota presenteerde de parkeeruitkomst als correct, maar maakte niet duidelijk welke woningcategorie voor de berekening was gebruikt. Ook stond niet duidelijk vermeld dat de huisadvocaat de gekozen woningcategorie en de basisnorm niet had onderzocht.
De vergelijking hieronder laat zien welke informatie de raad kreeg en wat uit de onderliggende berekeningen, het juridische advies en het latere verweer van de gemeente blijkt.
Adviesnota tegenover het onderliggende dossier
De rechterkolom loopt niet meer buiten het kader. Op kleinere schermen wordt iedere vergelijking automatisch als kaart getoond.
| Punt | Wat de raad uit de adviesnota kreeg | Wat uit het onderliggende dossier en het verweer blijkt |
|---|---|---|
| Woningtype |
Adviesnota
Negentien compacte starterswoningen in vijf rijen van drie tot vijf aaneengebouwde woningen. |
Werkelijk woningtype
Het gaat om grondgebonden rij-, tussen- en hoekwoningen. Het zijn geen appartementen. |
| Gebruikte norm |
Alleen de uitkomst
De adviesnota vermeldde een totale parkeerbehoefte van 29 parkeerplaatsen . Niet werd uitgelegd welke woningcategorie en basisnorm daarvoor waren gebruikt. |
Onderliggende berekening
Er was gerekend met norm 1,5 . Die norm hoort bij kleine koopappartementen. De norm werd toch toegepast omdat de grondgebonden woningen kleiner zijn dan 100 m² bvo. |
| Juridische toets |
Boodschap aan de raad
De huisadvocaat concludeerde volgens de presentatie aan de raad dat het plan aan de Nota Parkeernormen en de jurisprudentie voldeed. |
Beperkte reikwijdte
De huisadvocaat nam norm 1,5 en de daaruit volgende behoefte van 28,5 plaatsen als “niet in geschil” aan. Hij onderzocht de gekozen woningcategorie en de juistheid van de basisnorm dus niet. |
| Juiste norm |
Niet vermeld
De reguliere norm voor grondgebonden koop-, tussen- en hoekwoningen werd niet in de adviesnota genoemd. |
Later erkend
De gemeente heeft in beroep erkend dat norm 1,8 moest worden toegepast. Daarmee bedraagt de juiste parkeerbehoefte 34 parkeerplaatsen . |
| Gevolg voor de parkeeropgave |
Uitgangspunt raadsbesluit
Achttien parkeerplaatsen binnen het plan en elf plaatsen in de openbare ruimte. |
Na correctie
Bij dezelfde planbasis blijven achttien plaatsen binnen het plan beschikbaar, maar moeten niet elf maar zestien plaatsen buiten de planoplossing worden opgevangen. De fout vergroot de resterende juridische en feitelijke parkeeropgave dus met vijf parkeerplaatsen . |
De kern: de raad kreeg wel de einduitkomst van de parkeerberekening, maar niet duidelijk te zien dat voor grondgebonden woningen de norm voor kleine koopappartementen was gebruikt.
Ook werd niet duidelijk gemaakt dat de huisadvocaat deze basisnorm niet had gecontroleerd. Daardoor kon de raad vóór het besluit niet zelfstandig beoordelen of de voorgestelde 29 parkeerplaatsen daadwerkelijk uit het gemeentelijke beleid volgden.
De raad kreeg de boodschap dat het plan klopte
Op 4 september 2024 vroeg het college om het bestemmingsplan van de commissieagenda te halen. Er was volgens het college extra tijd nodig voor nader onderzoek en een volledige onderbouwing, in het bijzonder rond parkeren. Politiek op Inhoud stemde tegen het verwijderen van het agendapunt, omdat wij het onderwerp ten minste kort inhoudelijk wilden bespreken.
In het technisch beraad van 15 oktober werd vervolgens de uitkomst van een extra juridische toets gepresenteerd. De vraag was of het initiatief voldeed aan de Nota Parkeernormen. Het antwoord van de huisadvocaat werd als bevestigend weergegeven.
Wat heeft de huisadvocaat wel en niet onderzocht? Open dit kader voor het verschil tussen de brede juridische bevestiging die aan de raad werd gepresenteerd en de beperktere inhoud van de onderliggende notitie.
Het bestemmingsplan werd in september 2024 uitgesteld om onder meer het parkeeronderdeel juridisch nader te laten onderzoeken. In het technisch beraad werd de centrale vraag vervolgens weergegeven als: voldoet het initiatief aan de Nota Parkeernormen Gemert-Bakel 2017?
Het antwoord van de huisadvocaat werd als bevestigend gepresenteerd. Uit de onderliggende notitie blijkt echter dat niet de volledige parkeerberekening is onderzocht. De norm van 1,5 en de daaruit volgende parkeerbehoefte van 28,5 plaatsen werden als niet in geschil aangenomen.
De juridische toets nader bekeken
| Onderdeel | Wat wel werd onderzocht | Wat niet werd onderzocht | Waarom dit van belang is |
|---|---|---|---|
| Uitgangspunt parkeerbehoefte |
Wel onderzocht De huisadvocaat onderzocht de parkeerkwestie vanuit een behoefte van 28,5 parkeerplaatsen, afgerond 29. |
Niet onderzocht Niet werd getoetst of norm 1,5 het juiste uitgangspunt was voor de negentien grondgebonden rijwoningen.
De parkeerbehoefte op basis van norm 1,5 werd in de notitie als
“niet in geschil” aangenomen.
|
Juist deze vooronderstelling bleek later onjuist. De gemeente erkende in beroep dat norm 1,8 had moeten worden toegepast. |
| Woningcategorie |
Wel gebruikt De berekende uitkomst van 29 plaatsen werd als uitgangspunt voor de verdere juridische redenering gebruikt. |
Niet onderzocht Niet werd beoordeeld of grondgebonden tussen- en hoekwoningen mochten worden behandeld als kleine koopappartementen omdat de woningen kleiner zijn dan 100 m². |
De keuze voor een ander woningtype verlaagde de berekende parkeerbehoefte met vijf plaatsen. |
| Saldering oude horeca |
Wel onderzocht De huisadvocaat onderzocht vooral of de theoretische parkeerbehoefte van de voormalige horecafunctie mocht worden verrekend met de parkeerbehoefte van de nieuwe woningen. |
Niet onderzocht Niet werd eerst opnieuw vastgesteld wat de volledige en juiste parkeerbehoefte van de nieuwe woningen was. |
Een salderingsberekening kan alleen betrouwbaar zijn wanneer de parkeerbehoefte van de nieuwe functie eerst correct is bepaald. |
| Algemene rechtspraak |
Wel onderzocht De huisadvocaat betrok algemene rechtspraak over bestaande parkeerbehoefte, functiewijziging en saldering bij zijn advies. |
Niet volledig onderzocht Niet zichtbaar werd onderzocht of de eigen Nota Parkeernormen eerst een rechtstreeks toepasbare hoofdregel of maatwerkroute bood. |
Wanneer de planregels naar het eigen parkeerbeleid verwijzen, moet dat eigen beleid eerst worden toegepast. |
| Artikel 11.1 onder b |
Uitgangspunt advies De notitie redeneerde vanuit de gedachte dat de situatie niet letterlijk in de parkeernota was geregeld en daarom aansluiting kon worden gezocht bij algemene jurisprudentie. |
Niet toegepast De formele afwijkingsmogelijkheid uit artikel 11.1 onder b en de maatwerkroutes uit de Nota zijn niet als noodzakelijke besluitroute uitgewerkt. |
Politiek op Inhoud heeft vóór de vaststelling juist gevraagd om deze route te gebruiken. Het college vond dat niet nodig. |
| Openbare restcapaciteit |
Indirect betrokken Het advies ondersteunde de redenering dat een deel van de parkeerbehoefte buiten de directe planoplossing kon worden opgevangen. |
Niet integraal getoetst Niet werd beoordeeld welke maatwerkroute precies werd gebruikt, hoeveel plaatsen daaronder vielen en of aan alle voorwaarden van die route werd voldaan. |
Bij de juiste norm moesten niet 11 maar, op basis van dezelfde planopzet, 16 plaatsen buiten de 18 planplaatsen worden opgevangen. |
| Financiële gevolgen |
Niet centraal in advies De notitie richtte zich op de juridische mogelijkheid van saldering. |
Niet uitgewerkt De mogelijke bijdrage aan het parkeerfonds en de financiële gevolgen van de plaatsen buiten de planoplossing werden niet als beslispunt voor de raad uitgewerkt. |
De normcorrectie kan niet alleen ruimtelijke, maar ook financiële gevolgen hebben voor de initiatiefnemer en de gemeente. |
| Eindconclusie |
Presentatie aan de raad In het technisch beraad werd het advies gepresenteerd als een bevestigend antwoord op de vraag of het initiatief aan de Nota Parkeernormen voldeed. |
Beperking niet benoemd Aan de raad werd niet duidelijk gemaakt dat de woningcategorie, de basisnorm en de parkeerbehoefte van 29 plaatsen door de huisadvocaat niet waren gecontroleerd. |
De raad kon daardoor aannemen dat de volledige parkeerbeoordeling extern juridisch was gevalideerd. |
De huisadvocaat heeft niet geconcludeerd dat norm 1,5 voor deze grondgebonden rijwoningen juridisch juist was. Hij heeft die norm als uitgangspunt overgenomen en vervolgens vooral de saldering met de oude horecafunctie onderzocht.
Toch werd de uitkomst aan de raad gepresenteerd als een algemene bevestiging dat het initiatief aan de Nota Parkeernormen voldeed. Die brede conclusie werd niet gedragen door de beperkte reikwijdte van het onderzoek.
Een extern juridisch advies is alleen bruikbaar wanneer voor de raad duidelijk is welke vraag aan de adviseur is gesteld, welke uitgangspunten door de adviseur zijn gecontroleerd en welke aannames buiten het onderzoek zijn gebleven.
Wat de notitie feitelijk onderzocht
Mag de theoretische parkeerbehoefte van de voormalige horeca worden verrekend met de behoefte van de nieuwe woningen, uitgaande van een behoefte van 28,5 plaatsen?
Wat de raad te horen kreeg
De huisadvocaat heeft bevestigd dat het initiatief aan de Nota Parkeernormen Gemert-Bakel 2017 voldoet.
Tussen die twee formuleringen zit een wezenlijk verschil. De eerste betreft een beperkte juridische deelvraag. De tweede wekt de indruk dat woningtype, norm, totale behoefte, saldering en maatwerkroute als één geheel zijn gecontroleerd.
Het probleem is niet dat een advocaat zijn onderzoek heeft beperkt tot de vraag die hem is voorgelegd.
Het probleem is dat die beperkte toets aan de raad breder is gepresenteerd dan zij in werkelijkheid was. Daardoor bleef juist de verkeerde basisnorm buiten beeld.
De onderliggende notitie was echter veel beperkter. De huisadvocaat had de norm van 1,5 en de berekende behoefte van 28,5 parkeerplaatsen als niet betwist uitgangspunt overgenomen. Hij onderzocht vooral of de theoretische parkeerbehoefte van de oude horecafunctie mocht worden verrekend met de behoefte van de woningen. De fundamentele vraag of voor rijwoningen de appartementennorm mocht worden gebruikt, werd niet onderzocht.
De raad kreeg daardoor de indruk dat de volledige parkeerbeoordeling juridisch was gecontroleerd, terwijl de belangrijkste basiskeuze buiten de toets was gebleven.
Tijdlijn: van nader onderzoek naar erkenning van de parkeerfout Open dit kader om te zien wanneer het college, de huisadvocaat, Politiek op Inhoud en de gemeenteraad aan zet waren en hoe de parkeeronderbouwing in de loop van de tijd veranderde.
De fout in de parkeerberekening kwam niet pas bij de behandeling door de Raad van State aan het licht. Voor de vaststelling waren er al vragen over de parkeeronderbouwing en de juridische route.
De tijdlijn laat zien dat het plan extra tijd kreeg voor nader onderzoek, dat Politiek op Inhoud vóór de vaststelling waarschuwde en dat het college desondanks bleef stellen dat het plan aan de Nota Parkeernormen voldeed. In beroep heeft de gemeente dat centrale uitgangspunt alsnog verlaten.
Het bestuurlijke en juridische verloop
| Datum | Wat gebeurde er? | Welke informatie lag er? | Waarom is dit van belang? |
|---|---|---|---|
| 4 september 2024 |
College Het college vraagt de commissie Ruimte en Mobiliteit om het bestemmingsplan van de agenda te halen. |
Het college noemt een nieuwe reactie, vooral over parkeren, en vraagt ongeveer een maand voor nader onderzoek en een volledige onderbouwing. | Het plan werd niet inhoudelijk behandeld. Er kwam extra tijd om juist het parkeeronderdeel zorgvuldig te controleren. |
| 4 september 2024 |
Politiek op Inhoud POI stemt tegen het verwijderen van het onderwerp van de agenda. |
POI licht toe het onderwerp ten minste kort inhoudelijk in de commissie te willen bespreken. Dit was geen stem tegen nader onderzoek, maar tegen het volledig schrappen van de bespreking. | De vragen over parkeren waren toen al politiek en bestuurlijk relevant. POI wilde voorkomen dat het onderwerp zonder discussie werd doorgeschoven. |
| 4 september 2024 |
Huisadvocaat De huisadvocaat stelt een juridische notitie op over salderen en parkeren. |
De notitie neemt de parkeerbehoefte van 28,5 plaatsen op basis van norm 1,5 als niet in geschil aan. De beoordeling richt zich vooral op de vraag of de theoretische behoefte van de oude horeca met de woningbouw mag worden verrekend. | De belangrijkste basisvraag werd niet onderzocht: mocht voor grondgebonden rijwoningen de norm voor kleine koopappartementen worden gebruikt? |
| 15 oktober 2024 |
Technisch beraad De uitkomst van de extra juridische toets wordt aan de raad gepresenteerd. |
De centrale vraag wordt weergegeven als: voldoet het initiatief aan de Nota Parkeernormen Gemert-Bakel 2017? Het antwoord van de huisadvocaat wordt als bevestigend gepresenteerd. | De presentatie was breder dan de onderliggende notitie. De raad kon daardoor aannemen dat ook woningcategorie en basisnorm waren gecontroleerd. |
| 16 oktober 2024 |
Parkeeronderzoek Het eerste aanvullende parkeerdrukonderzoek wordt afgerond. |
Binnen 100 meter worden 40 openbare parkeerplaatsen geteld. De hoogst gemeten bezetting bedraagt 28 procent. | Het onderzoek liet feitelijke restcapaciteit zien, maar nam de verkeerde norm van 1,5 en de daaruit berekende restopgave als uitgangspunt. |
| 24 oktober 2024 |
Politiek op Inhoud POI stelt schriftelijke raadsvragen over de parkeerberekening en de juridische route. |
POI vraagt of het plan werkelijk rechtstreeks aan de Nota Parkeernormen voldoet en of artikel 11.1 onder b en de formele maatwerkroute uit de Nota moeten worden gebruikt. | De juridische route die na erkenning van de normfout opnieuw in beeld komt, is vóór de vaststelling al expliciet door POI aangedragen. |
| Najaar 2024 |
College Het college beantwoordt de vragen van Politiek op Inhoud. |
Het college deelt niet de conclusie dat het plan niet rechtstreeks aan de Nota voldoet. Ook de door POI voorgestelde formele maatwerkroute wordt niet nodig gevonden. | Het college hield vast aan de stelling dat het plan zonder afwijkingsbesluit volledig binnen het bestaande parkeerbeleid paste. |
| 6 november 2024 |
Commissie POI stelt opnieuw dat de parkeerberekening en de juridische redenering niet kloppen. |
Het college blijft zich beroepen op de huisadvocaat en houdt vast aan de conclusie dat het plan aan de Nota Parkeernormen voldoet. | De voorafgaande waarschuwing leidde niet tot een hercontrole van de woningcategorie of de norm van 1,5. |
| 21 november 2024 |
Gemeenteraad De gemeenteraad stelt het bestemmingsplan vast. |
De adviesnota gaat uit van 29 parkeerplaatsen, waarvan 18 binnen het plan en 11 in de openbare ruimte. De afwijkende toepassing van de appartementennorm wordt niet in de adviesnota benoemd. | De raad besloot niet bewust over norm 1,5, een afwijking van norm 1,8 of een formele maatwerkroute. De raad kreeg te horen dat het plan aan het beleid voldeed. |
| Januari en februari 2025 |
Beroepsprocedure Omwonenden stellen beroep in tegen het bestemmingsplan. |
Parkeren vormt een belangrijk onderdeel van de beroepsgronden. Daarbij worden de gebruikte norm, de saldering en de parkeeroplossing bestreden. | De parkeerberekening waarop de raad besloot wordt nu ook juridisch aan de Raad van State voorgelegd. |
| Maart en april 2025 |
Tweede onderzoek De gemeente laat een uitgebreider parkeerdrukonderzoek uitvoeren. |
Er wordt ook op vrijdag- en zaterdagavond gemeten. Voor het gehele onderzoeksgebied wordt maximaal 42 procent bezetting gemeten. De lokale secties 8 en 9 bereiken 79 procent. | Dit onderzoek maakt een feitelijke parkeeroplossing aannemelijker, maar verandert niet de norm die bij het raadsbesluit had moeten worden gebruikt. |
| Mei 2025 |
Erkenning gemeente De gemeente dient haar eerste verweerschrift in. |
De gemeente erkent dat de woningen geen kleine koopappartementen zijn en dat norm 1,8 voor koop tussen- en hoekwoningen had moeten worden toegepast. | De gemeente verlaat daarmee de centrale parkeerconclusie waarop de raad in november 2024 zijn besluit had genomen. |
| Juni 2026 |
Verweer Raad van State De gemeente rekent definitief met norm 1,8 en 34 parkeerplaatsen. |
De gemeente vraagt primair om de rechtsgevolgen in stand te laten en subsidiair om gelegenheid het gebrek te herstellen. | Het oorspronkelijke gebrek wordt niet meer betwist. De discussie gaat nu vooral over de vraag of de nieuwe onderbouwing voldoende is of dat een formeel herstelbesluit nodig is. |
| 28 juli 2026 |
Raad van State De beroepen tegen het bestemmingsplan worden ter zitting behandeld. |
De Raad van State moet beoordelen welke juridische gevolgen de erkende normfout en de later ingebrachte parkeeronderbouwing hebben. | De uitspraak bepaalt of de rechtsgevolgen in stand kunnen blijven, een bestuurlijke lus volgt of een nieuw of gewijzigd besluit nodig is. |
| Augustus 2026 |
Politiek op Inhoud POI rondt de integrale analyse van het dossier af. |
De planstukken, raadsvragen, parkeeronderzoeken, notitie van de huisadvocaat en processtukken worden in samenhang beoordeeld. De analyse wordt via de griffier gedeeld met de burgemeester en de gemeentesecretaris. | POI vraagt niet alleen aandacht voor juridisch herstel, maar ook voor de kwaliteit van de voorbereiding en de wijze waarop de raad is geïnformeerd. |
De fout had vóór de vaststelling kunnen worden ontdekt. Het plan kreeg juist extra tijd voor nader onderzoek, de woningtypen en parkeernormen stonden in de eigen stukken en Politiek op Inhoud wees vóór het besluit op de formele maatwerkroute.
Toch kreeg de raad de stellige conclusie voorgelegd dat het plan aan de Nota Parkeernormen voldeed. Die conclusie heeft de gemeente in beroep zelf moeten verlaten.
De tijdlijn laat twee afzonderlijke kwaliteitsproblemen zien. Het eerste probleem betreft het plan zelf: een verkeerde norm werd gebruikt en de formele route voor maatwerk werd niet toegepast. Het tweede probleem betreft de besluitvorming: de beperkingen van de juridische toets en de afwijkende normkeuze werden niet duidelijk aan de raad voorgelegd.
Voor de vaststelling
POI waarschuwde dat het plan niet rechtstreeks aan de Nota voldeed en wees op artikel 11.1 onder b. Het college wees die conclusie af en hield vast aan volledige naleving.
In de beroepsprocedure
De gemeente erkende alsnog dat de gebruikte norm van 1,5 onjuist was en dat 34 in plaats van 29 parkeerplaatsen het juiste uitgangspunt vormt.
Daarmee gaat het niet alleen om een fout die achteraf door een rechter moet worden beoordeeld. Het dossier vraagt ook om een bestuurlijke terugblik op de kwaliteit van de stukken, de interne controle en de informatievoorziening aan de gemeenteraad.
De tijdlijn maakt zichtbaar dat Politiek op Inhoud vóór het besluit heeft gewaarschuwd en een juridisch bruikbare route heeft aangedragen.
Het college vond die route niet nodig en stelde dat het plan al voldeed. Juist dat uitgangspunt is later door de gemeente zelf verlaten.
Politiek op Inhoud waarschuwde vooraf
Politiek op Inhoud waarschuwde vóór de vaststelling dat de parkeerberekening en de juridische route niet klopten. Op 24 oktober 2024 vroegen wij of het plan werkelijk aan de Nota Parkeernormen voldeed en of de formele maatwerkroute uit artikel 11.1 moest worden gebruikt. Het college wees dit af en hield ook tijdens de commissievergadering van 6 november vol dat het plan aan het beleid voldeed.
Uit de plantoelichting blijkt dat voor de grondgebonden rijwoningen bewust norm 1,5 is gebruikt: de norm voor kleine koopappartementen. De keuze werd gemotiveerd met het woonoppervlak van minder dan 100 m². Het was dus geen verschrijving, maar een bepalend uitgangspunt van de berekening.
De raad kreeg dit niet te zien. De adviesnota vermeldde wel vijf rijen aaneengebouwde woningen, maar niet dat deze voor het parkeren als appartementen waren behandeld. Ook de juiste norm van 1,8 voor tussen- en hoekwoningen werd niet genoemd. De raad kreeg alleen de conclusie dat 29 parkeerplaatsen voldoende waren en dat het plan aan het beleid voldeed.
In beroep erkende de gemeente dat norm 1,5 onjuist was en dat met norm 1,8 en 34 parkeerplaatsen had moeten worden gerekend. Daarmee is de parkeerconclusie waarop de raad besloot door de gemeente zelf verlaten. De raad is hierover onjuist en onvolledig geïnformeerd, ondanks de waarschuwingen van POI vooraf.
POI waarschuwde vooraf: wat vroeg POI, wat antwoordde het college en wat bleek later? Open dit kader voor een directe vergelijking tussen de waarschuwingen vóór het raadsbesluit, de reactie van het college en de latere erkenning in de beroepsprocedure.
Politiek op Inhoud heeft de parkeerkwestie niet pas na het instellen van beroep aan de orde gesteld. Op 24 oktober 2024 stelde POI schriftelijke vragen over de verhouding tussen de redenering van de huisadvocaat, artikel 11.1 van de planregels en de Nota Parkeernormen Gemert-Bakel 2017.
POI wees erop dat aansluiting bij algemene rechtspraak niet automatisch betekende dat ook aan de eigen gemeentelijke Nota werd voldaan. Daarom stelde POI voor om de bestaande maatwerkroute uit artikel 11.1 onder b en de Nota Parkeernormen te gebruiken.
Het college wees die conclusie af. In de beroepsprocedure heeft de gemeente vervolgens wel erkend dat de gebruikte parkeernorm onjuist was en dat niet 29, maar 34 parkeerplaatsen nodig zijn.
Waarschuwing, reactie en latere erkenning
| Onderwerp | Wat POI vóór het besluit aanvoerde | Reactie van het college | Wat later bleek of werd erkend |
|---|---|---|---|
| Voldoet het plan rechtstreeks aan de Nota? |
Waarschuwing POI
POI stelde dat de redenering van de huisadvocaat juist liet zien dat het voorstel niet rechtstreeks binnen de Nota Parkeernormen paste. De advocaat zocht immers aansluiting bij algemene rechtspraak omdat de door hem bedoelde situatie volgens hem niet expliciet in de Nota was geregeld. |
Antwoord college
Het college stelde dat in een dergelijk geval bij vaste jurisprudentie mocht worden aangesloten en dat bij het bepalen van de parkeerbehoefte rekening mocht worden gehouden met een bestaand tekort.
“Nee, deze mening delen wij niet.”
|
Later erkend
De gemeente heeft in beroep erkend dat een centraal onderdeel van de oorspronkelijke berekening niet aan de Nota voldeed: voor de woningen was de verkeerde categorie en norm toegepast. |
| Formele maatwerkroute |
Voorstel POI
POI wees op artikel 11.1 onder b. Dat artikel maakt afwijking mogelijk, maar alleen overeenkomstig de afwijkingsmogelijkheden uit de eigen Nota Parkeernormen. POI vroeg daarom of een maatwerkoplossing niet de juridisch juiste en veiligste route was. |
Antwoord college
Het college vond een afzonderlijke maatwerkroute niet nodig, omdat het plan volgens het college al binnen het parkeerbeleid paste.
“Nee, deze mening delen wij niet.”
|
Gevolg normcorrectie
Na correctie naar 34 parkeerplaatsen staat rechtstreekse naleving niet meer zonder nadere motivering vast. Er moet alsnog worden bepaald welke formele route wordt gebruikt om de plaatsen buiten de planoplossing op te vangen. |
| Gebruikte parkeernorm |
Kanttekening POI
POI kondigde na het technisch beraad aan dat bij zowel de parkeernorm als de juridische onderbouwing nog wezenlijke kanttekeningen bestonden. Tijdens de verdere behandeling hield POI vol dat de parkeerberekening niet als volledige naleving van de Nota kon worden gepresenteerd. |
Standpunt college
Het plan bleef ongewijzigd. Het college bleef uitgaan van norm 1,5 en presenteerde het plan als passend binnen het vastgestelde parkeerbeleid. |
Erkenning gemeente
De gemeente erkende in beroep dat norm 1,5 voor kleine koopappartementen niet op deze grondgebonden tussen- en hoekwoningen mocht worden toegepast. De juiste norm is 1,8 . |
| Totale parkeerbehoefte |
Waarschuwing POI
POI betwistte dat de voorgelegde parkeerredenering voldoende grond bood voor de conclusie dat het plan zonder formeel maatwerk aan de Nota voldeed. |
Uitgangspunt besluit
Het college legde aan de raad een behoefte van 29 parkeerplaatsen voor. Daarbij werd uitgegaan van 18 plaatsen binnen het plan en 11 plaatsen in de openbare ruimte. |
Juiste uitkomst
De gemeente rekent inmiddels met 34 parkeerplaatsen . Daarmee is de centrale parkeeruitkomst waarop de raad besloot door de gemeente zelf verlaten. |
| Betekenis van het advies van de huisadvocaat |
Vraag POI
POI wees erop dat de advocaat redeneerde vanuit een vermeende leemte in de Nota en daarom algemene rechtspraak gebruikte. Volgens POI betekende dit juist dat niet zonder meer kon worden gesteld dat rechtstreeks aan de Nota werd voldaan. |
Presentatie college
Het college gebruikte het advies als onderbouwing voor de conclusie dat het plan aan het parkeerbeleid voldeed en zag geen reden om de gekozen route aan te passen. |
Uit dossieranalyse
De huisadvocaat had norm 1,5 en de behoefte van 28,5 plaatsen als niet in geschil aangenomen. De woningcategorie en de juistheid van de basisnorm waren dus niet door hem onderzocht. |
| Risico op vertraging |
Vooraf benoemd
POI waarschuwde expliciet voor juridische risico’s en vertraging wanneer de afwijkingsmogelijkheden uit de eigen Nota niet formeel zouden worden toegepast. Het doel van de vragen was juist te voorkomen dat het plan later opnieuw moest worden aangehouden of gerepareerd. |
Keuze college
Het college hield vast aan rechtstreekse naleving en legde het plan zonder toepassing van de voorgestelde maatwerkroute ter vaststelling aan de raad voor. |
Huidige situatie
Het bestemmingsplan is onderwerp van een procedure bij de Raad van State. De gemeente vraagt om instandlating van de rechtsgevolgen of om gelegenheid het erkende gebrek alsnog te herstellen. |
| Informatie aan de raad |
Controlerende rol
POI vroeg vóór het besluit om duidelijkheid over de vraag of het plan werkelijk aan de Nota voldeed en welke juridische route moest worden gebruikt. |
Boodschap aan raad
De raad kreeg zonder voorbehoud de boodschap dat het plan aan de Nota Parkeernormen voldeed. De afwijkende toepassing van norm 1,5 en de beperkte reikwijdte van het advies van de huisadvocaat werden niet duidelijk in de adviesnota vermeld. |
Vastgesteld gevolg
De raad besloot op basis van een parkeerbehoefte die later door de gemeente zelf als onjuist is erkend. De raad is daardoor op dit centrale onderdeel aantoonbaar onjuist en onvolledig geïnformeerd. |
Het college kreeg vóór het raadsbesluit een concrete waarschuwing. Politiek op Inhoud wees niet alleen op een mogelijk probleem, maar noemde ook de bestaande juridische oplossing: artikel 11.1 onder b en de maatwerkmogelijkheden uit de eigen Nota Parkeernormen.
Het college wees die route uitdrukkelijk af en antwoordde tweemaal: “Nee, deze mening delen wij niet.” Later erkende de gemeente dat de gebruikte norm wel degelijk onjuist was. De waarschuwingen hebben dus niet geleid tot de noodzakelijke hercontrole van het centrale uitgangspunt.
Dit gaat niet om achteraf gelijk proberen te halen. Politiek op Inhoud wilde dat de negentien woningen juridisch zorgvuldig mogelijk werden gemaakt, zodat vertraging en herstel achteraf konden worden voorkomen.
De route die het college koos
Het plan voldoet rechtstreeks aan de Nota. Norm 1,5 en 29 parkeerplaatsen zijn het uitgangspunt. Een formele maatwerkbeslissing is niet nodig.
De route die POI voorstelde
Erken dat de gekozen berekeningswijze niet rechtstreeks uit de Nota volgt. Gebruik artikel 11.1 onder b en werk de maatwerkoplossing formeel, feitelijk en financieel uit.
De gemeente heeft in beroep de norm en de parkeerbehoefte waarop de eerste route was gebaseerd moeten corrigeren. Daarmee is juist de vraag opnieuw aan de orde die POI vóór het raadsbesluit al stelde: welke formele route uit het eigen parkeerbeleid wordt gebruikt om het resterende tekort juridisch correct op te lossen?
De kern is niet alleen dat Politiek op Inhoud vooraf heeft gewaarschuwd.
De kern is dat het college een concrete en uitvoerbare herstelroute afwees, de raad verzekerde dat het plan al voldeed en vervolgens in beroep zelf moest erkennen dat het centrale uitgangspunt van die conclusie onjuist was.
Woubrugge onderstreept de zwakke positie van het college
Politiek op Inhoud heeft ook gekeken naar een vergelijkbare woningbouwzaak in Woubrugge. Daar oordeelde de Raad van State dat een gemeente eerst haar eigen parkeerbeleid moet toepassen wanneer de planregels daarnaar verwijzen. Een andere berekeningswijze, gebaseerd op algemene rechtspraak, kon dat eigen beleid niet vervangen. Het besluit moest daarom formeel worden hersteld.
Dat raakt rechtstreeks aan de Koperen Hoorn. Artikel 11.1 verwijst naar de Nota Parkeernormen Gemert-Bakel 2017. Het college stelde dat het plan rechtstreeks aan die Nota voldeed en vond de door POI voorgestelde maatwerkroute niet nodig. Daarbij werd voor rijwoningen de lagere appartementennorm van 1,5 gebruikt. In beroep heeft de gemeente inmiddels erkend dat dit onjuist was en dat met 1,8 en 34 parkeerplaatsen had moeten worden gerekend.
Het eigen beleid is niet correct toegepast, de formele maatwerkroute is bewust niet gevolgd en de parkeerberekening waarop de raad besloot is door de gemeente zelf verlaten. Naar onze inschatting mag de gemeente al tevreden zijn wanneer de Raad van State ruimte biedt om dit via een bestuurlijke lus of herstelbesluit alsnog te repareren. Het zonder meer in stand laten van de rechtsgevolgen ligt veel minder voor de hand wanneer nog bestuurlijke keuzes nodig zijn over de maatwerkroute, de parkeerbalans en de financiële gevolgen.
Woubrugge en Koperen Hoorn: waarom is deze vergelijking relevant? Open dit kader voor de overeenkomsten en verschillen tussen beide woningbouwzaken en het belang van het eigen gemeentelijke parkeerbeleid.
Politiek op Inhoud heeft bij de analyse van Koperen Hoorn ook gekeken naar een vergelijkbare woningbouwzaak in Woubrugge. Daar werd bestaande bebouwing gesloopt en vervangen door appartementen. De gemeente verrekende de parkeerbehoefte van de oude situatie met die van de nieuwe woningen.
De Raad van State oordeelde dat de gemeente eerst haar eigen parkeerbeleid moest toepassen. Omdat de planregels naar dat beleid verwezen, kon de gemeente niet volstaan met een andere berekeningswijze die zij vanuit algemene rechtspraak verdedigbaar vond. Het besluit moest formeel worden hersteld.
De zaken zijn niet volledig gelijk. De parkeernota’s, bouwplannen en feitelijke omstandigheden verschillen. De overeenkomst zit vooral in het juridische uitgangspunt: wanneer een bestemmingsplan verwijst naar het eigen parkeerbeleid, moet dat beleid ook daadwerkelijk worden gevolgd.
De twee woningbouwzaken naast elkaar
| Onderdeel | Woubrugge | Koperen Hoorn | Betekenis voor De Mortel |
|---|---|---|---|
| Ontwikkeling |
Woubrugge Bestaande bebouwing werd gesloopt en vervangen door appartementen. |
Koperen Hoorn De voormalige horecalocatie wordt herontwikkeld voor negentien grondgebonden rijwoningen. |
In beide zaken wordt een bestaande functie vervangen door woningbouw en speelt de parkeerbehoefte van de oude situatie een rol. |
| Verwijzing in de planregels | De planregels verwezen voor de parkeerbeoordeling naar het eigen gemeentelijke parkeerbeleid. | Artikel 11.1 van de planregels bepaalt dat moet worden voldaan aan de Nota Parkeernormen Gemert-Bakel 2017. | Het parkeerbeleid is daarmee geen vrijblijvende richtlijn. Het vormt het kader waaraan het plan moet worden getoetst. |
| Berekeningswijze gemeente | De gemeente verrekende de parkeerbehoefte van het oude gebouw met de behoefte van de nieuwe appartementen. | De gemeente gebruikte voor grondgebonden rijwoningen de lagere norm voor kleine koopappartementen en saldeerde daarnaast met de voormalige horecafunctie. | In beide zaken week de toegepaste berekeningswijze af van een eenvoudige toepassing van de hoofdregels uit het eigen parkeerbeleid. |
| Parkeernorm nieuwe woningen | De Raad van State stelde vast dat de nieuwe ontwikkeling eerst volgens het eigen parkeerbeleid moest worden beoordeeld. |
De raad besloot op basis van
norm 1,5
en 29 parkeerplaatsen.
De gemeente erkende later dat norm 1,8 en 34 parkeerplaatsen het juiste uitgangspunt zijn. |
Ook bij Koperen Hoorn staat inmiddels vast dat de parkeerbehoefte niet correct volgens het eigen beleid was bepaald. |
| Juridisch uitgangspunt |
Kern uitspraak Wanneer de planregels naar het eigen parkeerbeleid verwijzen, moet dat beleid eerst worden toegepast. |
Kern discussie Artikel 11.1 verwijst rechtstreeks naar de Nota Parkeernormen. Toch werd een norm gebruikt die bij een ander woningtype hoorde. |
Algemene rechtspraak kan niet zonder meer worden gebruikt om de regels en routes uit het eigen parkeerbeleid terzijde te schuiven. |
| Maatwerk- of afwijkingsroute | Omdat de gekozen oplossing niet rechtstreeks uit het eigen beleid volgde, was een formeel bestuurlijk herstel nodig. |
Artikel 11.1 onder b bood een route om overeenkomstig de
afwijkingsmogelijkheden uit de Nota maatwerk toe te passen.
POI wees vóór de vaststelling op deze route. Het college vond haar niet nodig, omdat het plan volgens het college al rechtstreeks voldeed. |
De raad heeft niet bewust besloten over een afwijking, de voorwaarden voor maatwerk of de gevolgen voor de openbare ruimte. |
| Aanvullend parkeeronderzoek | Een andere feitelijke of juridische onderbouwing kon de verplichte toepassing van het eigen beleid niet vervangen. | Het latere parkeerdrukonderzoek maakt aannemelijk dat in een groter onderzoeksgebied voldoende restcapaciteit aanwezig kan zijn. | Feitelijke restcapaciteit kan onderdeel zijn van een oplossing, maar vervangt niet automatisch de juiste parkeernorm en de formele maatwerkbeslissing. |
| Bestuurlijke keuze | Het oorspronkelijke besluit was onvoldoende voorbereid en gemotiveerd. De gemeente moest de parkeeroplossing formeel herstellen. | De raad kreeg te horen dat het plan rechtstreeks aan de Nota voldeed. De afwijkende normkeuze, de noodzaak van maatwerk en de mogelijke financiële gevolgen werden niet als afzonderlijke beslispunten voorgelegd. | Ook bij Koperen Hoorn kan niet worden volstaan met de mededeling dat er feitelijk waarschijnlijk voldoende parkeerplaatsen aanwezig zijn. |
| Stand van de procedure | De Raad van State heeft uitspraak gedaan en formeel herstel van het besluit verlangd. | De Raad van State moet nog uitspraak doen. De gemeente heeft wel al erkend dat de gebruikte norm en parkeerbehoefte onjuist waren. | De vergelijking geeft geen zekerheid over de uitkomst, maar maakt wel duidelijk waarom het zonder meer in stand laten van het oorspronkelijke besluit niet vanzelfsprekend is. |
Woubrugge en Koperen Hoorn zijn geen identieke zaken. De parkeernota’s verschillen en de Raad van State moet over De Mortel nog uitspraak doen.
De overeenkomst is echter wezenlijk. In beide zaken verwezen de planregels naar het eigen gemeentelijke parkeerbeleid, terwijl de gemeente een andere berekeningswijze verdedigde. In Woubrugge was dat onvoldoende. Bij Koperen Hoorn heeft de gemeente bovendien zelf al erkend dat het centrale uitgangspunt van de oorspronkelijke parkeerberekening onjuist was.
De betekenis van Woubrugge is niet dat iedere vorm van saldering onmogelijk is. De betekenis is dat eerst moet worden vastgesteld wat het eigen parkeerbeleid voorschrijft en welke formele route dat beleid biedt wanneer niet rechtstreeks aan de hoofdregel kan worden voldaan.
Wat Woubrugge duidelijk maakt
Een gemeente kan de verplichte toepassing van haar eigen parkeerbeleid niet vervangen door een andere berekeningswijze die zij op basis van algemene rechtspraak verdedigbaar vindt.
Wat dit betekent voor Koperen Hoorn
De gemeente moet niet alleen aantonen dat er feitelijk voldoende parkeerplaatsen beschikbaar zijn. Zij moet ook duidelijk maken welke route uit artikel 11.1 en de Nota Parkeernormen wordt toegepast en wie daarover formeel beslist.
Politiek op Inhoud heeft vóór het raadsbesluit juist op die formele maatwerkroute gewezen. Het college wees deze mogelijkheid af omdat het bleef stellen dat het plan rechtstreeks aan de Nota voldeed. Juist die conclusie heeft de gemeente in beroep op het centrale onderdeel van de parkeernorm moeten verlaten.
Door de erkende normfout, de niet toegepaste maatwerkroute en de onvolledige informatie aan de raad staat het college juridisch zwak.
Naar onze inschatting mag de gemeente al tevreden zijn wanneer de Raad van State ruimte biedt om het gebrek via een bestuurlijke lus of een herstelbesluit te repareren. Het zonder meer in stand laten van de rechtsgevolgen ligt minder voor de hand zolang nog bestuurlijke keuzes nodig zijn over de parkeerbalans, de maatwerkroute en de mogelijke financiële gevolgen.
Beroerde kwaliteit staat niet op zichzelf
Koperen Hoorn is niet het eerste dossier waarin Politiek op Inhoud constateert dat een voorstel inhoudelijk onvoldoende rijp is of dat de raad niet het volledige beeld krijgt.
Die kritiek is ook niet nieuw. Op 16 mei 2024 diende Politiek op Inhoud al een motie van treurnis in over de informatieverstrekking door het college. Aanleiding waren meerdere dossiers waarin relevante informatie niet, verhuld of pas na veel aanvullende vragen bij de raad terechtkwam.
De motie stelde als uitgangspunt dat alle belangrijke aspecten die voor een raadsbesluit relevant zijn in de adviesnota moeten staan. Ook werd vastgesteld dat onvolledige stukken leiden tot extra schriftelijke en mondelinge vragen, een hogere werkdruk en een minder zorgvuldig besluitvormingsproces.
Waarschuwing uit 2024 Na twee eerdere waarschuwingen trok POI bij de derde misstap een formele grens Politiek op Inhoud confronteerde het gehele college met terugkerende tekortkomingen in adviesnota’s. Toen bij een derde dossier opnieuw belangrijke informatie ontbrak of te laat beschikbaar kwam, volgde een motie van treurnis.
De motie van treurnis van 16 mei 2024 kwam niet uit de lucht vallen. Politiek op Inhoud had het college al twee keer aangesproken op gebrekkige adviesnota’s en onvolledige informatie aan de gemeenteraad. Toen bij een derde dossier opnieuw bleek dat belangrijke informatie ontbrak of pas na aanvullende vragen boven tafel kwam, trok POI een formele grens.
Met de motie confronteerde POI het gehele college met een terugkerend probleem: de raad kreeg voorstellen met een duidelijke eindconclusie, terwijl relevante feiten, afwijkingen en gevolgen niet volledig in de adviesnota waren opgenomen. De drie opeenvolgende dossiers vormden samen de directe aanleiding voor de motie van treurnis.
Twee waarschuwingen en daarna een motie van treurnis
Eerste waarschuwing: Binderseind 50 en de groennorm
Volgens POI was relevante informatie over de toepassing van de gemeentelijke groennorm niet volledig in de adviesnota aan de raad opgenomen. Het college werd erop aangesproken dat de raad hierdoor niet direct het volledige beeld kreeg.
Tweede waarschuwing: golfbaan en financieel effect
Bij de herziening van de financiële afspraken kreeg de raad volgens POI niet direct het volledige structurele financiële effect van de voorgestelde afspraken te zien. Opnieuw moest aanvullende informatie worden opgevraagd.
Derde misstap: Doonheide II
Het college had in december 2023 al uitvoering gegeven aan een wijziging, terwijl de formele besluitvorming daarover pas op 16 mei 2024 aan de gemeenteraad werd voorgelegd. Voor POI was dit na de twee eerdere waarschuwingen aanleiding om een motie van treurnis in te dienen.
Wat vroeg Politiek op Inhoud?
De motie riep het gehele college op om het besluitvormingsproces te verbeteren en ervoor te zorgen dat alle belangrijke aspecten die relevant zijn voor een raadsbesluit daadwerkelijk in de adviesnota worden opgenomen.
De raad moet vóór het besluit kunnen beschikken over alle wezenlijke feiten, afwijkingen, risico’s en financiële of juridische gevolgen. Die informatie hoort niet pas na aanvullende vragen, tijdens het debat of na de besluitvorming beschikbaar te komen.
De gemeenteraad verwierp de motie
Voor de motie
6
Sociaal Gemert-Bakel: 3 stemmen
D66: 1 stem
Politiek op Inhoud: 2 stemmen
Tegen de motie
15
VVD: 1 stem
CDA: 7 stemmen
Lokale Realisten: 3 stemmen
Dorpspartij: 4 stemmen
Opvallende stemverklaringen
Politiek op Inhoud: de motie was niet gericht tegen wethouder Coppens persoonlijk, maar tegen het gehele college en de terugkerende kwaliteit van het besluitvormingsproces.
Lokale Realisten: de fractie gaf aan de motie te begrijpen, maar wilde niet meegaan wanneer dit volgens haar het tempo uit bouwplannen zou halen.
VVD: de adviesnota’s moesten volgens de fractie zeker beter worden beschreven, maar de motie werd niet als de juiste manier gezien.
Dorpspartij: de fractie stemde tegen omdat zij vond dat de motie over de betrokken personen ging.
De motie laat zien dat POI het college al vóór Koperen Hoorn formeel had gewaarschuwd voor de kwaliteit van adviesnota’s. De kritiek ontstond dus niet pas nadat bij Koperen Hoorn een verkeerde parkeernorm aan het licht kwam.
De waarschuwing in mei 2024
Verbeter de adviesnota’s en leg alle belangrijke feiten, afwijkingen, risico’s en gevolgen vóór het raadsbesluit volledig en controleerbaar aan de raad voor.
Wat daarna bij Koperen Hoorn gebeurde
De raad kreeg niet duidelijk te zien dat voor de grondgebonden woningen de parkeernorm voor kleine koopappartementen was gebruikt. Ook stond niet duidelijk in de adviesnota wat de huisadvocaat wel en niet had onderzocht.
Twee jaar later bevestigt Koperen Hoorn het probleem waarvoor POI het college al had gewaarschuwd. Opnieuw bleek na de besluitvorming dat een belangrijk uitgangspunt niet klopte en dat de adviesnota de raad geen volledig beslisbeeld had gegeven.
Lees de volledige motie, inclusief de officiële stemuitslag en de stemverklaringen.
Open de motie uit 2024Twee jaar later laat Koperen Hoorn zien dat die waarschuwing nog altijd actueel is. Opnieuw moest na het raadsbesluit worden erkend dat een belangrijk uitgangspunt niet klopte. Opnieuw bleek een extern advies beperkter dan het aan de raad was gepresenteerd. En opnieuw ontbrak in de adviesnota informatie die voor een bewuste keuze van de raad essentieel was.
Zeven dossiers waarin de raad pas later het volledige beeld kreeg Open dit kader voor concrete voorbeelden waarin belangrijke feiten, afwijkingen, financiële gevolgen of juridische risico’s pas na vragen, debat, onderzoek of een gerechtelijke procedure volledig zichtbaar werden.
Koperen Hoorn staat niet op zichzelf. Onderstaand overzicht laat zien in welke dossiers belangrijke feiten, afwijkingen, financiële gevolgen of juridische risico’s niet direct als afzonderlijke beslispunten aan de gemeenteraad werden voorgelegd.
De dossiers zijn inhoudelijk verschillend en niet iedere tekortkoming is even ernstig. Het terugkerende patroon is wel dat de raad eerst een heldere of stellige eindconclusie krijgt, terwijl wezenlijke informatie achter die conclusie pas later volledig zichtbaar wordt.
De dossiers achter het terugkerende patroon
| Dossier | Wat de raad of omgeving aanvankelijk te horen kreeg | Wat ontbrak of later duidelijk werd | Gevolg voor de besluitvorming | Meer lezen |
|---|---|---|---|---|
|
2023
Binderseind 50 / Axis |
Het bestemmingsplan werd gepresenteerd als een plan dat aan de gemeentelijke groennorm voldeed. In de adviesnota werd de afwijkende toepassing van die norm niet als afzonderlijke bestuurlijke keuze benoemd. | Er was een maatwerkafspraak waardoor de ontwikkelaar geen bijdrage van ongeveer € 215.000 aan het groenfonds hoefde te betalen. Pas tijdens het raadsdebat, na vragen van POI en een schorsing, werd bevestigd dat geen regulier beleid maar maatwerk was toegepast. | De raad kon niet vooraf bewust afwegen of hij met de afwijking, de gekozen groencompensatie en het financiële voordeel voor de ontwikkelaar instemde. | POI-dossier ED-artikel |
|
2024
Golfbaan Stippelberg |
De herziening van de financiële afspraken werd aan de raad gepresenteerd met een jaarlijks effect van ongeveer € 78.000. | In de adviesnota stond niet duidelijk dat een tijdelijk rentevoordeel in 2029 zou vervallen. Volgens de door POI gemaakte en ambtelijk gecontroleerde berekening liep het structurele jaarlijkse effect daardoor op tot ongeveer € 127.000. | De raad kreeg geen volledig beeld van de structurele kosten op langere termijn en kon het financiële besluit daardoor niet op basis van de volledige looptijd beoordelen. | Lees analyse |
|
2018–2023
Rooye Asch |
Het college stelde dat bij de recreatiewoningen op Rooye Asch onderscheid kon worden gemaakt tussen expats en arbeidsmigranten. Door in de vergunning uitsluitend huisvesting van expats toe te staan, zou volgens het college een ruimtelijk aanvaardbare invulling kunnen worden geborgd. |
Politiek op Inhoud waarschuwde tijdens de besluitvorming dat
juridisch geen ruimtelijk onderscheid kan worden gemaakt
tussen expats en andere arbeidsmigranten. De benaming,
opleiding, functie of hoogte van het inkomen zegt immers niets
over de ruimtelijke gevolgen van hun huisvesting.
Het college bleef desondanks volhouden dat de gekozen beperking mogelijk was. De rechtbank oordeelde later dat het onderscheid tussen expats en arbeidsmigranten geen ruimtelijk relevant argument is en daarom niet op deze wijze in de vergunning mocht worden gebruikt. |
Een centrale juridische voorwaarde van het plan bleek niet houdbaar. De waarschuwing van POI kreeg vooraf geen gehoor, waarna de vergunning door de rechtbank werd vernietigd en het plan opnieuw moest worden beoordeeld. | Lees dossier |
|
2025
Rooije Hoefsedijk 41 |
De raad kreeg een voorstel voor de uitkoop van het varkensbedrijf voor € 2,35 miljoen, aangevuld met bijkomende afspraken en kosten. De uitkoop werd gekoppeld aan het wegnemen van belemmeringen en ontwikkelingsdruk. | Volgens de latere analyses waren de marktconformiteit, mogelijke overcompensatie, eerdere publieke betalingen, het staatssteunrisico en de werkelijke uitbreidingsmogelijkheden van het bedrijf onvoldoende integraal aan de raad voorgelegd. Het staatssteunrisico was ook niet met de accountant besproken. | De raad kon de noodzaak, prijs, cumulatie van publieke steun en juridische risico’s niet op basis van één complete en controleerbare beoordeling afwegen. | Dossier RH41 |
|
2023–2026
Natuurbegraven |
De raad stelde kaders vast waarmee initiatieven voor natuurbegraven zouden worden beoordeeld. Het proces werd aanvankelijk gepresenteerd als een bruikbare en objectieve selectieroute. | De evaluatie liet problemen zien bij de kwaliteit van de kaders, de beoordelingssystematiek, de verwerking van signalen uit de praktijk en de positie van de raad. Belangrijke proceskeuzes en vervolgstappen kwamen te laat of te beperkt bij de raad terecht. | Geen van de initiatieven kon op basis van de oorspronkelijke route doorgaan. De raad moest de kaders intrekken en het vervolgproces opnieuw bepalen. | Lees evaluatie |
|
2026
Milheesestraat Milheeze |
De adviesnota presenteerde het plan voor 87 woningen en een supermarkt als ruimtelijk aanvaardbaar. Geur vormde volgens het voorstel geen belemmering en het woon- en leefklimaat werd aanvaardbaar genoemd. | De raad kreeg geen geurbeeld op woningniveau. Niet duidelijk was hoeveel woningen boven 5 OU uitkwamen, waar die woningen lagen, wat de waarde van 6,4 OU concreet betekende en welke bescherming de nieuwe wijk later zou krijgen. Ook was geen formeel GGD-advies gevraagd. | De raad kon de gevolgen voor toekomstige bewoners en het bestaande bedrijf aan Heikamp 4 niet op concreet woningniveau controleren. | Lees dossier |
|
2024–2026
Koperen Hoorn |
De raad kreeg te horen dat het plan aan de Nota Parkeernormen voldeed en dat voor de negentien woningen 29 parkeerplaatsen nodig waren. De toets van de huisadvocaat werd als juridische bevestiging gepresenteerd. | Niet werd vermeld dat voor grondgebonden rijwoningen bewust de lagere norm van 1,5 voor kleine koopappartementen was gebruikt. De huisadvocaat had die basisnorm niet onderzocht. In beroep erkende de gemeente dat norm 1,8 en een parkeerbehoefte van 34 plaatsen hadden moeten worden toegepast. | De raad besloot op basis van een onjuiste parkeerbehoefte en kon niet bewust beslissen over het tekort, de formele maatwerkroute en de mogelijke financiële gevolgen. | Dit artikel |
Dit overzicht betekent niet dat ieder dossier hetzelfde is of dat iedere tekortkoming opzettelijk is ontstaan. Het laat wel een terugkerend bestuurlijk probleem zien: belangrijke informatie komt te vaak pas na vragen van raadsleden, een schorsing, een evaluatie, aanvullend onderzoek of een juridische procedure op tafel.
Op dat moment heeft de raad vaak al besloten of is de gemeente al juridisch, bestuurlijk of financieel gebonden.
De dossiers verschillen inhoudelijk en niet iedere tekortkoming is even ernstig. De overeenkomst is dat de raad regelmatig eerst een stellige eindconclusie krijgt, terwijl belangrijke informatie achter die conclusie pas later volledig zichtbaar wordt.
Wat vooraf onvoldoende zichtbaar is
Afwijkingen van beleid, financiële gevolgen, beperkingen van extern onderzoek en juridische risico’s worden niet altijd duidelijk als afzonderlijke beslispunten aan de raad voorgelegd.
Wat daarna gebeurt
Pas na aanvullende vragen, debat, evaluatie, onderzoek of een gerechtelijke procedure wordt het volledige beeld zichtbaar. Dan heeft de gemeenteraad vaak al besloten.
Het probleem is daarom niet alleen dat ergens een fout wordt gemaakt. Het probleem is dat interne controle en bestuurlijke herbeoordeling onvoldoende voorkomen dat een onvolledig of te stellig voorstel de gemeenteraad bereikt.
Kritiek op een onvolledige adviesnota is geen poging om plannen te vertragen. Het doel is juist te voorkomen dat besluiten achteraf moeten worden gerepareerd, procedures langer duren en inwoners, ondernemers en de gemeente met vermijdbare kosten worden geconfronteerd.
Wie waarschuwingen uitsluitend als harde oppositie wegzet, verandert niets aan de inhoud. Een voorstel moet kloppen en de raad moet vóór het besluit het volledige verhaal krijgen.
Behandeling in de raad
In de coalitieakkoorden 2022–2026 en 2026–2030 staan stevige beloften over de positie van de gemeenteraad. Raadsleden zouden tijdig worden geïnformeerd, dilemma’s zouden vroeg worden gedeeld en stukken zouden duidelijk en volledig moeten zijn. De behandeling van Koperen Hoorn laat zien hoe weinig die woorden waard zijn wanneer het er in de praktijk op aankomt.
Tijdens de eerste commissievergadering werd het voorstel bij het vaststellen van de agenda teruggenomen. Daardoor kon de commissie het plan niet inhoudelijk bespreken. Opvallend genoeg gaf de CDA-voorzitter Toon Coopmans van de Dorpspartij wel gelegenheid om een inhoudelijke vraag aan de wethouder te stellen. De wethouder mocht daarop uitgebreid antwoorden. Toen Sociaal Gemert-Bakel en Politiek op Inhoud daarna wilden reageren, werd ineens strikt vastgehouden aan de procedure en kregen zij het woord niet meer.
Bij de tweede commissievergadering waarschuwde Politiek op Inhoud zowel in de eerste als in de tweede termijn dat de parkeerberekening niet voldeed aan het gemeentelijke beleid. POI wees daarbij ook op een eenvoudige en juridisch beschikbare oplossing: het college kon gemotiveerd gebruikmaken van de maatwerkroute uit de Nota Parkeernormen. Die mogelijkheid had open en expliciet aan de raad kunnen worden voorgelegd. Dat gebeurde niet. De waarschuwing werd afgedaan als een verschil van inzicht, waarna het voorstel werd doorgeleid naar de raad.
De manier waarop de CDA-voorzitter in de eerste vergadering de Dorpspartij wel ruimte gaf en oppositiepartijen daarna afkapte, zegt veel over het vermeende gelijke speelveld. Een raad kan zijn kaderstellende en controlerende rol alleen vervullen wanneer alle fracties dezelfde ruimte krijgen en het college eerlijk voorlegt waar een plan afwijkt, welke risico’s bestaan en welke bestuurlijke keuze mogelijk is. Wanneer portefeuillehouder en college dat niet leveren, rest uiteindelijk alleen een aanvullende route via raadsvragen, moties of de rechter.
Twee commissievergaderingen Eerst van de agenda gehaald, twee maanden later opnieuw behandeld Bekijk wat er op 4 september en 6 november 2024 werd gezegd, welke twijfel over de parkeeronderbouwing bestond en hoe de waarschuwingen vóór het uiteindelijke raadsbesluit werden behandeld.
Commissievergadering I – Koperen Hoorn wordt bij het vaststellen van de agenda afgevoerd
Bij het vaststellen van de agenda kondigde voorzitter Thijs van den Elsen aan dat het college voorstelde om Koperen Hoorn die avond niet inhoudelijk te behandelen. Een kort daarvoor ontvangen brief gaf aanleiding om vooral de parkeeronderbouwing opnieuw te bekijken.
Daarna ontstond een opvallende situatie. Toon Coopmans van de Dorpspartij kreeg ruimte om de wethouder een inhoudelijke vraag te stellen. De wethouder mocht daarop uitgebreid antwoorden. Toen Marius Vos van Sociaal Gemert-Bakel en Politiek op Inhoud vervolgens wilden reageren, werd die ruimte niet meer gegeven.
| Volgorde | Spreker | Wat gebeurde er? | Video |
|---|---|---|---|
| 1 | Thijs van den Elsen Voorzitter – CDA | Kondigt bij het vaststellen van de agenda aan dat het college voorstelt om Koperen Hoorn van de agenda te halen. De commissie moet beslissen of het onderwerp die avond wel of niet inhoudelijk wordt behandeld. | Bekijk |
| 2 | Toon Coopmans Dorpspartij – coalitie | Vraagt het woord en wil van de wethouder weten op welke onderdelen van het voorstel het college denkt dat correcties nodig zijn. De voorzitter staat deze vraag toe. | Bekijk |
| 3 | Wethouder Coppens College | Zegt dat de ontvangen brief vooral betrekking heeft op parkeren. Zij heeft daarover overleg gevoerd met de initiatiefnemer. Mede op diens verzoek wordt het voorstel van de agenda gehaald. De initiatiefnemer wordt gevraagd niet alleen parkeren, maar de juistheid van de volledige onderbouwing opnieuw te controleren. De wethouder wil daarna spreken over een stuk waarvan “deze keer” is gedubbelcheckt dat de onderbouwing in orde is. | Bekijk |
| 4 | Marius Vos Sociaal Gemert-Bakel – oppositie | Wil een technische opmerking maken over het agendapunt. De voorzitter staat dit niet toe en zegt dat alleen nog over het voorstel tot afvoering van het agendapunt mag worden gestemd. | Bekijk |
| 5 | Politiek op Inhoud Oppositie | Wijst erop dat de voorzitter zelf is afgeweken van de door hem aangehaalde procedure. Toon Coopmans mocht immers wel een vraag stellen en de wethouder mocht daarop inhoudelijk antwoorden. De voorzitter reageert met “waarvan akte” en gaat daarna over tot de stemming. | Bekijk |
| 6 | Commissie Stemming over de agenda | De commissie stemt over het voorstel om Koperen Hoorn van de agenda te halen. Het bestemmingsplan wordt die avond niet inhoudelijk behandeld en gaat terug voor nadere controle van de onderbouwing. | Bekijk |
De eerste commissievergadering laat niet alleen zien dat er al vroeg serieuze twijfel bestond over de parkeeronderbouwing. Ook de manier waarop het ordevoorstel werd behandeld en het antwoord van het college zijn opvallend.
| Onderdeel | Wat gebeurde er? | Waarom is dit relevant? |
|---|---|---|
| Voorstel teruggenomen | Het college stelde voor om Koperen Hoorn van de agenda te halen. Een ontvangen brief gaf aanleiding om vooral de parkeeronderbouwing en vervolgens de volledige onderbouwing opnieuw te controleren. | Het is op zichzelf zorgvuldig dat een voorstel bij serieuze twijfel niet wordt doorgedrukt. Het laat tegelijk zien dat het voorstel bij agendering nog niet de zekerheid bood die van een raadsvoorstel mag worden verwacht. |
| Voorzitter wijkt zelf af | De voorzitter stelde dat alleen over het afvoeren van het agendapunt mocht worden gesproken. Toch gaf hij Toon Coopmans van de Dorpspartij toestemming om een inhoudelijke vraag aan de wethouder te stellen. De wethouder kreeg vervolgens uitgebreid gelegenheid om te antwoorden. | De voorzitter week daarmee zelf af van de procedure waarop hij zich later beriep. Die procedure verklaart daarom niet waarom de vraag van de Dorpspartij wel werd toegestaan en latere reacties niet. |
| Niet iedereen dezelfde ruimte | De Dorpspartij, onderdeel van de coalitie, mocht een vraag stellen en de wethouder mocht inhoudelijk antwoorden. Toen Marius Vos van Sociaal Gemert-Bakel en Politiek op Inhoud daarna wilden reageren, werden hun bijdragen op procedurele gronden afgekapt. | De regel werd niet voor alle fracties op hetzelfde moment toegepast. Een coalitiepartij en het college konden het debat nog inhoudelijk beïnvloeden, terwijl twee oppositiepartijen niet meer op het nieuwe antwoord mochten reageren. |
| Geen concreet antwoord over het eigen beleid | Op de vraag welke correcties nodig waren, gaf de wethouder niet aan welke parkeernorm gold, welke berekening onjuist was en welke concrete wijziging moest worden doorgevoerd. Zij verwees naar nader onderzoek en overleg met de initiatiefnemer. | Het college had op dat moment kennelijk nog geen zelfstandig en afgerond oordeel over de toepassing van het eigen parkeerbeleid. De gemeente kon niet concreet uitleggen welke gemeentelijke norm op de woningen moest worden toegepast. |
| Initiatiefnemer controleert de eigen onderbouwing | De wethouder gaf aan dat de initiatiefnemer werd gevraagd om de juistheid van de volledige onderbouwing opnieuw te controleren. | Dat is merkwaardig. De initiatiefnemer kan aanvullende stukken aanleveren, maar de gemeente is zelf verantwoordelijk voor de toets aan het gemeentelijke parkeerbeleid en voor de kwaliteit van het voorstel dat aan de raad wordt voorgelegd. |
| “Deze keer gedubbelcheckt” | De wethouder zei dat zij liever met commissie en raad sprak over een stuk waarvan “deze keer” was gedubbelcheckt dat de onderbouwing in orde was. | Die formulering wekt de indruk dat het oorspronkelijke voorstel vóór agendering niet voldoende was gecontroleerd. Het college kon op dat moment kennelijk niet garanderen dat de volledige onderbouwing correct was. |
De kern: het voorstel werd terecht teruggenomen toen twijfel ontstond. Maar tijdens diezelfde behandeling bleek dat het college nog niet concreet kon uitleggen hoe het eigen parkeerbeleid op het plan moest worden toegepast.
Tegelijk week de voorzitter zelf af van de door hem aangehaalde procedure: de Dorpspartij mocht een vraag stellen en de wethouder mocht antwoorden, waarna Sociaal Gemert-Bakel en Politiek op Inhoud geen gelegenheid meer kregen om daarop te reageren.
Twee maanden later: de inhoudelijke behandeling
Na de aangekondigde extra controle kwam Koperen Hoorn op 6 november 2024 opnieuw in de commissie. Alle fracties spraken in eerste termijn. Daarna antwoordde de wethouder. Lokale Realisten, CDA en Politiek op Inhoud maakten vervolgens gebruik van een tweede termijn.
Commissievergadering II – inhoudelijke behandeling na de aanvullende controle
Twee maanden nadat Koperen Hoorn van de agenda was gehaald, werd het bestemmingsplan opnieuw inhoudelijk behandeld. In de tussentijd waren aanvullende stukken beschikbaar gekomen, waaronder juridisch advies en nader onderzoek naar de parkeersituatie.
De behandeling kende een volledige eerste termijn, een beantwoording door de wethouder en daarna een tweede termijn van Lokale Realisten, CDA en Politiek op Inhoud. De verschillende fasen zijn hieronder duidelijk van elkaar gescheiden.
| Volgorde | Spreker | Wat werd ingebracht? | Video |
|---|---|---|---|
| Start Opening van het agendapunt | |||
| 1 | Voorzitter Opening agendapunt | Opent de inhoudelijke behandeling van het bestemmingsplan Koperen Hoorn. | Bekijk |
| Eerste termijn Bijdragen van alle fracties | |||
| 2 | Lokale Realisten Eerste termijn | Levert als eerste fractie een bijdrage aan de inhoudelijke behandeling van het bestemmingsplan. | Bekijk |
| 3 | CDA Eerste termijn – coalitie | Spreekt vertrouwen uit in de juistheid van het voorstel en de onderliggende stukken. De fractie stelt dat het voorstel moet kloppen, omdat anders het vertrouwen in het college in het geding zou zijn. | Bekijk |
| 4 | Dorpspartij Eerste termijn – coalitie | Levert haar bijdrage aan de inhoudelijke beoordeling van het bestemmingsplan en de aanvullende onderbouwing. | Bekijk |
| 5 | Politiek op Inhoud Eerste termijn – oppositie | Plaatst vraagtekens bij de parkeeronderbouwing en de toepassing van de gemeentelijke Nota Parkeernormen. POI betwijfelt of met de juiste woningcategorie en parkeernorm is gerekend. | Bekijk |
| 6 | Sociaal Gemert-Bakel Eerste termijn – oppositie | Levert haar bijdrage aan de beoordeling van het bestemmingsplan en de aanvullende stukken. | Bekijk |
| 7 | D66 Eerste termijn | Geeft haar reactie op het voorstel en de aanvullende onderbouwing. | Bekijk |
| 8 | VVD Eerste termijn – coalitie | Sluit de eerste termijn van de fracties af met haar beoordeling van het plan en de aangeleverde stukken. | Bekijk |
| College Beantwoording van de eerste termijn | |||
| 9 | Wethouder Coppens Beantwoording eerste termijn | Reageert op de bijdragen van de fracties en gaat in op de aanvullende onderbouwing, het parkeren en de juridische beoordeling van het voorstel. | Bekijk |
| Tweede termijn Reacties van Lokale Realisten, CDA en Politiek op Inhoud | |||
| 10 | Lokale Realisten Tweede termijn | Reageert op de beantwoording van de wethouder en geeft een afsluitende beoordeling van het voorstel. | Bekijk |
| 11 | CDA Tweede termijn – coalitie | Spreekt ergernis uit over de mogelijkheid dat het plan aan de Raad van State wordt voorgelegd en dat daardoor mogelijk een vertraging van twee jaar ontstaat. | Bekijk |
| 12 | Politiek op Inhoud Tweede termijn – oppositie | Houdt vast aan de kritiek op de parkeerberekening en waarschuwt dat het plan volgens POI niet overeenkomstig de gemeentelijke parkeernormen is onderbouwd. | Bekijk |
| Slotreactie Beantwoording van de tweede termijn | |||
| 13 | Wethouder Coppens Beantwoording tweede termijn | Reageert op de bijdragen uit de tweede termijn en sluit de inhoudelijke behandeling namens het college af. | Bekijk |
| Afronding Stemming en doorgeleiding | |||
| 14 | Commissie Afronding behandeling | De commissie rondt de behandeling af en geleidt het voorstel door naar de gemeenteraad. | Bekijk |
De parkeeronderbouwing stond vóór het uiteindelijke raadsbesluit nadrukkelijk ter discussie. Politiek op Inhoud wees zowel in de eerste als in de tweede termijn op de vraag of de juiste woningcategorie en parkeernorm waren gebruikt.
Vertrouwen tegenover controle
Het CDA stelde dat de stukken moesten kloppen, omdat anders het vertrouwen in het college in het geding zou zijn. Die opstelling berustte vooral op bestuurlijk vertrouwen en niet op een zichtbare herberekening van de basisnorm.
Vrees voor vertraging
In de tweede termijn legde het CDA nadruk op mogelijke vertraging wanneer het plan naar de Raad van State zou gaan. Daarmee verschoof de aandacht van de inhoudelijke waarschuwing naar de gevolgen van een juridische procedure.
De waarschuwing bleef liggen
POI bracht de parkeerberekening tweemaal aan de orde. De behandeling leidde niet tot een zichtbare nieuwe berekening van de toepasselijke norm. Later erkende de gemeente in beroep zelf dat norm 1,8 had moeten worden toegepast.
De eerste commissievergadering laat zien dat al vroeg serieuze twijfel bestond over de parkeeronderbouwing en de kwaliteit van het voorstel. Het voorstel werd daarom teruggenomen voor aanvullende controle.
Tegelijk bleek dat het college nog niet concreet kon aangeven hoe het eigen parkeerbeleid op het plan moest worden toegepast. De voorzitter stond bovendien een inhoudelijke vraag van de Dorpspartij en een antwoord van de wethouder toe, maar gaf Sociaal Gemert-Bakel en Politiek op Inhoud daarna geen gelegenheid meer om daarop te reageren.
In de tweede commissievergadering stelde POI de kernvraag opnieuw: gold voor de negentien grondgebonden rijwoningen de gebruikte norm van 1,5, of had met norm 1,8 moeten worden gerekend? Die waarschuwing leidde vóór het raadsbesluit niet tot een nieuwe berekening van de basisnorm.
Burgemeester en secretaris: pak uw rol
Als de raad herhaaldelijk onvolledige of onjuiste voorstellen krijgt, is dat niet alleen een probleem van de portefeuillehouder. Dan schiet ook de kwaliteitsbewaking van het bestuurlijke en ambtelijke proces tekort.
De burgemeester moet als voorzitter van raad en college toezien op een zorgvuldig besluitvormingsproces. De gemeentesecretaris moet bewaken dat adviesnota’s samenhangend, controleerbaar en besluitrijp zijn. Zij hoeven niet ieder getal na te rekenen, maar moeten wel zorgen dat tegenstrijdigheden worden opgelost, afwijkingen van beleid zichtbaar zijn en serieuze waarschuwingen tot hercontrole leiden.
POI heeft hen bij Natuurbegraven voor het eerst rechtstreeks op die verantwoordelijkheid aangesproken. Ook de analyse van Koperen Hoorn is aan hen aangeboden. Niet om politieke keuzes over te nemen, maar om ervoor te zorgen dat de raad voortaan vóór het besluit alle feiten, risico’s en alternatieven krijgt.
Lees de volledige analyse van Koperen Hoorn Open dit kader voor uitleg over de inhoud, werkwijze, status en verantwoording van de definitieve dossieranalyse van Politiek op Inhoud.
In deze analyse beschrijven wij de belangrijkste conclusies uit ons onderzoek naar het bestemmingsplan Koperen Hoorn. Wie de volledige onderbouwing, berekeningen, tijdlijn en juridische analyse wil controleren, kan hieronder de integrale analyse openen.
Politiek op Inhoud heeft daarvoor de planstukken, parkeeronderzoeken, raadsvragen, adviesnota’s, de notitie van de huisadvocaat en de stukken uit de beroepsprocedure in samenhang beoordeeld.
Definitieve geïntegreerde totaalanalyse
Koperen Hoorn – definitieve analyse met bestuurlijke tijdlijn
De analyse behandelt twee afzonderlijke vragen. De eerste vraag is of het bestemmingsplan inhoudelijk, juridisch en feitelijk voldoende was onderbouwd. De tweede vraag is of de gemeenteraad vóór het besluit volledige en juiste informatie heeft gekregen.
Het document bevat onder meer een reconstructie van de gebruikte parkeernormen, de saldering met de voormalige horeca, de parkeeronderzoeken, de mogelijke maatwerkroute, het parkeerfonds, de rol van de huisadvocaat en de waarschuwingen die Politiek op Inhoud vóór de vaststelling heeft gegeven.
Een afzonderlijke tijdlijn laat zien hoe het dossier zich ontwikkelde vanaf het uitstel voor nader parkeeronderzoek tot de erkenning van de verkeerde parkeernorm in de procedure bij de Raad van State.
De PDF wordt rechtstreeks vanaf politiekopinhoud.nl geopend. Gebruik in de PDF-lezer het downloadsymbool om het bestand op te slaan.De analyse is afgerond op 1 augustus 2026, na de behandeling bij de Raad van State op 28 juli 2026. Op dat moment had de Raad van State nog geen uitspraak gedaan.
De analyse beoordeelt daarom het oorspronkelijke raadsbesluit, de beschikbare processtukken en de standpunten die tijdens de procedure naar voren zijn gebracht. Na de uitspraak kan een aanvullende beoordeling van de juridische gevolgen nodig zijn.
Inhoud en juridische onderbouwing
- De norm van 1,5 tegenover de juiste norm van 1,8.
- De parkeerbehoefte van 29 tegenover 34 plaatsen.
- De saldering met de voormalige horecafunctie.
- De beschikbare parkeerplaatsen binnen en buiten het plan.
- De maatwerkroute uit artikel 11.1 en de parkeernota.
- De mogelijke betekenis van het parkeerfonds.
Informatie aan de gemeenteraad
- Wat in de adviesnota aan de raad werd vermeld.
- Welke normkeuze niet duidelijk werd toegelicht.
- Wat de huisadvocaat wel en niet heeft onderzocht.
- Welke waarschuwingen POI vóór het besluit gaf.
- Wat de gemeente later in beroep heeft erkend.
- Welke bestuurlijke lessen uit het dossier volgen.
De conclusie van de analyse is niet dat de negentien woningen onmogelijk zijn. Het aanvullende parkeeronderzoek kan een feitelijke oplossing ondersteunen. De oorspronkelijke parkeernorm was echter onjuist en de juridisch juiste maatwerk- en besluitroute is niet vooraf volledig aan de raad voorgelegd.
AI als aanvullend controlemiddel
De analyse van Koperen Hoorn is opgesteld door Politiek op Inhoud. Daarbij is AI gebruikt als aanvullend hulpmiddel bij het ordenen, vergelijken en controleren van de omvangrijke hoeveelheid planstukken, berekeningen, adviezen, raadsstukken en processtukken.
Ordenen en vergelijken
AI helpt om grote hoeveelheden documenten, verschillende versies, berekeningen en tijdstippen systematisch naast elkaar te leggen.
Afwijkingen zichtbaar maken
Daardoor kunnen afwijkende cijfers, ontbrekende onderbouwingen, veranderde uitgangspunten en tegenstrijdige conclusies eerder worden gesignaleerd.
Geen vervanging van beoordeling
AI bepaalt niet welke juridische of politieke conclusie moet worden getrokken. Die beoordeling blijft mensenwerk en vraagt om controle aan de hand van de oorspronkelijke stukken.
De oorspronkelijke documenten zijn leidend. AI vervangt geen inhoudelijke, juridische of politieke beoordeling. Bevindingen en conclusies moeten steeds kunnen worden herleid tot de onderliggende documenten.
De verantwoordelijkheid voor de analyse, de duiding en de conclusies ligt volledig bij Politiek op Inhoud. Als aanvullend controlemiddel kan AI wel helpen om de kwaliteit van het raadswerk, de controle van voorstellen en de informatievoorziening aan de gemeenteraad te verbeteren.
Welk vervolg?
Voor nu hebben wij onze analyse via de griffier gedeeld met de burgemeester en de gemeentesecretaris. Wij wachten af of zij hun verantwoordelijkheid nemen en ervoor zorgen dat nu al voorbereidingen worden getroffen, of dat de gemeente eerst de uitspraak van de Raad van State afwacht.
Dat laatste zou onverstandig zijn. Het college heeft in de procedure zelf erkend dat bij de vaststelling een verkeerde parkeernorm is toegepast. Daarmee staat nu al vast dat de raad op een onjuiste parkeerberekening heeft besloten. Voor het herstellen van de parkeerbalans, het kiezen van de juiste maatwerkroute en het corrigeren van de informatie aan de raad hoeft niet op de rechter te worden gewacht.
Het is naïef te veronderstellen dat de Raad van State de bestuurlijke verantwoordelijkheid van de gemeente zal overnemen of alle gebreken met één uitspraak zal oplossen. De rechter beoordeelt de rechtmatigheid van het besluit. Het is aan de gemeente om ervoor te zorgen dat het plan inhoudelijk klopt, de eigen regels worden gevolgd en de raad volledige en juiste informatie krijgt.
Wie nu niets doet, kiest er feitelijk voor om pas na de uitspraak te beginnen en daarmee opnieuw tijd te verliezen. Wie verantwoordelijkheid neemt, gebruikt de tijd om de mogelijke herstelroute zorgvuldig voor te bereiden. Dat is in het belang van de toekomstige bewoners, de omwonenden, de initiatiefnemer én de gemeenteraad.
Jan Vroomans
Politiek op Inhoud
Wij blijven volgen hoe het college deze fout herstelt, wat dit betekent voor de procedure en hoe wordt voorkomen dat de raad opnieuw een onvolledig voorstel krijgt.
Volg Politiek op Inhoud op Facebook voor nieuwe artikelen, raadsvragen en updates over dit dossier.