Op 20 mei 2026 bespreekt de commissie het vervolg op het evaluatierapport natuurbegraven, met het oog op mogelijke behandeling in de gemeenteraad van 4 juni 2026.
Dat rapport is vernietigend voor de manier waarop het college dit dossier heeft behandeld. De gemeente faalde op alle fronten. De kaders deugden niet, de beoordeling was foutief, signalen van initiatiefnemers zijn genegeerd of niet goed verwerkt en de raad is te laat en te beperkt in positie gebracht.
Het evaluatierapport bevestigt daarmee de punten die Politiek op Inhoud eerder heeft ingebracht via raadsvragen, onze bijdragen in twee commissievergaderingen en de raadsvergadering van 10 april 2025. Wij hebben steeds gewezen op een onduidelijk proces, het afwijken van eigen spelregels, foutieve uitgangspunten zoals de grafdichtheid en een raad die onvoldoende vooraf kon sturen.
Niets geleerd
Het college komt opnieuw met een voorstel waarvan de drie beslispunten bestuurlijk als een tang op een varken slaan. De raad moet kennisnemen van het rapport, natuurbegraven mogelijk maken en aanbevelingen overnemen. Maar juist die combinatie klopt niet.
Kennisnemen van het rapport is logisch. Maar natuurbegraven mogelijk maken is overbodig, want dat heeft de raad op 10 april 2025 al gedaan met het amendement van Politiek op Inhoud. En aanbevelingen overnemen is veel te vaag zolang niet duidelijk is welke aanbevelingen precies worden bedoeld. “Bovendien zijn twee aanbevelingen al uitgevoerd en hebben die juist tot nieuwe adviezen geleid.
Beslispunt 1: kennisnemen van het eindrapport
Kennisnemen van het eindrapport evaluatie natuurbegraven is logisch. De raad moet het rapport kunnen bespreken en wegen.
Maar kennisnemen is niet hetzelfde als instemmen met de bestuurlijke vertaling die het college eraan geeft. Het rapport bevat harde kritiek op de gevolgde route. Dan hoort het college te komen met een scherp besluit waarin duidelijk staat welke fouten worden erkend, welke uitgangspunten worden losgelaten en hoe de raad voortaan vooraf in positie wordt gebracht. Die scherpte ontbreekt volledig.
Beslispunt 2: natuurbegraven mogelijk maken
Natuurbegraven mogelijk maken klinkt logisch, maar bestuurlijk klopt dit beslispunt niet. De adviesnota zegt dat de raad richting moet geven aan de toekomst van natuurbegraven in Gemert-Bakel. Daarbij worden drie keuzes genoemd: geen ruimte maken voor natuurbegraven, alleen ruimte maken in natuurvakken op bestaande begraafplaatsen, of ruimte maken voor natuurbegraven buiten bestaande begraafplaatsen.
Maar die keuze komt niet terug in het raadsbesluit. Daar staat alleen dat de raad wordt gevraagd om “natuurbegraven mogelijk te maken in Gemert-Bakel”. Dat is veel te vaag. Maakt de raad daarmee natuurbegraven alleen mogelijk op bestaande begraafplaatsen? Ook buiten bestaande begraafplaatsen? Wordt de omgevingsvisie aangepast? Komt er een omgevingsprogramma? En welke opdracht krijgt het college dan precies?
Dat laatste is politiek belangrijk. De adviesnota schrijft dat elke keuze vraagt om aanpassing van de omgevingsvisie of om uitwerking in een omgevingsprogramma. Maar een omgevingsprogramma is een bevoegdheid van het college. Daarmee dreigt de raad slechts een globaal besluit te nemen, waarna het college de echte beleidsmatige uitwerking zelf vaststelt. De raad geeft dan aan de voorkant controle uit handen in een dossier waarin de raad juist eerder te laat en te beperkt in positie is gebracht. Deze route staat ook haaks op de adviezen uit het evaluatierapport natuurbegraven.
Dat is voor Politiek op Inhoud bestuurlijk onacceptabel. Na dit evaluatierapport moet het raadsbesluit zelf helder zijn. De raad moet niet via een algemene formulering richting geven, waarna het college later via een omgevingsprogramma bepaalt wat die richting precies betekent.
Daar komt bij dat de raad op 10 april 2025 al een duidelijke lijn heeft gekozen. Met het amendement van Politiek op Inhoud zijn de oude kaders ingetrokken, omdat geen van de drie initiatieven daaraan voldeed. Tegelijk is uitgesproken dat nieuwe of aangepaste initiatieven opnieuw kunnen worden beoordeeld op basis van geldende wet- en regelgeving en een goede ruimtelijke onderbouwing.
De principiële deur staat dus al open. Als het college nu een nieuwe keuze wil laten maken tussen bestaande begraafplaatsen, natuurbegraven buiten bestaande begraafplaatsen, aanpassing van de omgevingsvisie of uitwerking in een omgevingsprogramma, dan moet dat expliciet in het raadsbesluit staan. Dat gebeurt niet.
Daarom is dit beslispunt niet alleen overbodig, maar ook bestuurlijk gevaarlijk. Het wekt de indruk dat de raad opnieuw een principiële keuze maakt, terwijl de echte beleidskeuze doorschuift naar een instrument dat het college zelf vaststelt. Dat is precies de bestuursstijl waardoor dit dossier eerder is vastgelopen: brede woorden in het besluit, echte keuzes in de uitwerking.
Beslispunt 3: de aanbevelingen overnemen
Het derde beslispunt is het meest vaag. Het college vraagt de raad om de aanbevelingen over te nemen. Maar welke aanbevelingen worden precies bedoeld?
Daar komt bij dat twee aanbevelingen uit het evaluatierapport al zijn uitgevoerd:
- win juridisch advies in over hoe moet worden omgegaan met het raadsbesluit van 10 april 2025: vasthouden aan het amendement van Politiek op Inhoud of daarvan afwijken;
- voer een benchmark uit hoe andere gemeenten omgaan met natuurbegraven.
Alleen al die eerste aanbeveling is opmerkelijk. De raad had op 10 april 2025 een besluit genomen. Dan hoort het college dat besluit uit te voeren. In plaats daarvan is juridisch advies gevraagd over hoe met dat raadsbesluit moest worden omgegaan en welke ruimte er zou zijn om daarvan af te wijken.
Uit dat juridische advies volgt dat het amendement van 10 april 2025 van Politiek op Inhoud in stand kan blijven. Ook volgt daaruit dat de gemeente eventueel aanvullend beleid kan formuleren, maar geen beperking moet stellen aan het aantal initiatieven. De adviesnota zegt hierover dat het met het oog op het gelijkheidsbeginsel en het risico op het creëren van schaarste niet wenselijk is om te sturen op het aantal initiatieven.
Het college schrijft daarmee feitelijk op dat niet gestuurd mag worden op het aantal initiatiefnemers. Tegelijk stelt het college dat ruimtelijk beleid noodzakelijk is om grip te houden op de ontwikkeling van natuurbegraven in Gemert-Bakel.
De adviesnota zegt dat ruimtelijk beleid natuurbegraven “de enige mogelijkheid” biedt om sturing te houden. Het college zoekt dus een ruimtelijk spoor om de discussie over schaarse vergunningen te vermijden.
Ruimtelijk is in de gebiedsuitwerking Peeldijk (vastgesteld raadsvergadering 11 december 2025) al eerder uitgesproken dat een natuurbegraafplaats in Handel, bij Pelgrimshof, voorstelbaar is. “Een vorm van natuurbegraven past binnen dit landschap, mits dit bijdraagt aan de versterking van het landschap” – pag 45.
Ook heeft het college in 2021 al positief gereageerd op een planologische route voor Natuurbegraven Nederland en daarbij al kaders gesteld.
Hiermee wordt nog duidelijker dat er wegen worden gezocht om toch een beperking van het aantal initiatieven te creëren. Niet openlijk via een maximum aantal, want dat is juridisch risicovol, maar wel via nieuw ruimtelijk beleid waarmee het college opnieuw grip wil houden op de uitkomst.
De benchmark ontbreekt
Er is een benchmark uitgevoerd naar de manier waarop andere gemeenten omgaan met natuurbegraven. Die benchmark is volgens het college relevant voor de vervolgrichting.
Maar als die benchmark zo belangrijk is, waarom ligt die dan niet gewoon bij de stukken?
De raad wordt gevraagd een richting te steunen, terwijl een onderbouwing ontbreekt. Dat is precies het probleem dat in dit dossier al eerder speelde.
Ons standpunt
Ons standpunt is helder. Politiek op Inhoud zal het voorstel amenderen.
- Het amendement van 10 april 2025 blijft juridisch overeind staan. Initiatieven kunnen worden beoordeeld op basis van geldende wet- en regelgeving en een goede ruimtelijke onderbouwing. Dat is de zuivere route.
- Nieuw beleid maken om “grip te houden” is zeer arbitrair. Zeker als het juridische advies aangeeft dat het amendement in stand kan blijven en dat niet gestuurd mag worden op het aantal initiatieven. Juist daaraan koppelt het college nu de wens om ruimtelijk beleid te maken om grip te blijven houden.
- Het college zegt lessen te trekken uit het evaluatierapport, maar met het voorstel van 4 juni 2026 laat het college zien niets te hebben geleerd.
- Natuurbegraven mogelijk maken is geen nieuw besluit. Dat heeft de raad op 10 april 2025 al gedaan. Aanbevelingen overnemen is vaag als niet duidelijk is welke aanbevelingen worden bedoeld en wat daarvan de gevolgen zijn. En nieuw ruimtelijk beleid wordt als noodzakelijk gepresenteerd, terwijl de onderbouwing ontbreekt en de benchmark niet bij de stukken zit.
De les uit dit dossier is niet dat er nog meer beleid nodig is. De les is dat het college na alle fouten, waarschuwingen en een vernietigend evaluatierapport nog steeds niet in staat is om met een fatsoenlijk, scherp en controleerbaar besluit naar de raad te komen.
Voor de behandeling in commissie en de mogelijke raadsbehandeling van 4 juni 2026 kijken wij daarom niet alleen naar het voorstel zelf, maar ook naar de route daarheen en het feit dat het college helemaal maar dan ook helemaal niets heeft geleerd in dit dossier.
Dit dossier vraagt om het nemen van politieke verantwoordelijkheid!
Jan Vroomans
Politiek op Inhoud
Raadsvoorstel evaluatie natuurbegraven
- Adviesnota aan de raad – Evaluatie natuurbegraven
- Raadsbesluit- Evaluatie natuurbegraven
- Bijlage Juridisch advies natuurbegraven inclusief bijlage (Geanonimiseerd 2026-04-16)
Recente raadsvragen
- 15 mei vervolgvragen nav beantwoording raadsvraag 12 april natuurbegraven
- 13 mei 2026 raadsvraag voorstel natuurbegraven 4 juni 2026
- 12 april 2026 raadsvraag natuurbegraven
- Beantwoording raadsvraag 12 april 2026