Met “Buitengebied met Perspectief” heeft de raad op 11 december een belangrijk pakket voor ons buitengebied vastgesteld. Oude stallen kunnen worden gesloopt, leegstand wordt aangepakt, boeren krijgen meer duidelijkheid en er komt een transitiefonds om de kwaliteit te verbeteren. Ruimtelijk en economisch is dit een logische stap: boeren die door willen, weten beter waar ze aan toe zijn en boeren die willen stoppen, krijgen meer opties.
Het beleid is vooral geschreven vanuit een agrarische bril. Het landbouwbelang staat stevig in beeld, terwijl gezondheid van omwonenden en de druk op ons watersysteem te veel op de achtergrond blijven. Voor Politiek op Inhoud zijn twee punten zo belangrijk dat we ze in ons verkiezingsprogramma opnemen: spuitdrift bij gevoelige functies en water bij teeltondersteunende voorzieningen (TOV).
Spuitdrift: geen magisch getal, wel minder blootstelling
Rond spuitzones is veel discussie geweest. Landelijk is er geen duidelijke regel en de lijn van het college is: we volgen per geval de jurisprudentie. Juridisch kan dat, maar boeren, omwonenden en initiatiefnemers hebben daar weinig aan. Zij willen vooraf weten waar ze aan toe zijn.
Wij hebben daarom een motie ingediend voor een gemeentelijke leidraad “Gezonde leefomgeving en gewasbeschermingsmiddelen”. Die motie hebben we ingetrokken, omdat de raad eerst meer informatie wil over hoe andere gemeenten dit aanpakken. Het onderwerp is daarmee niet van tafel: in ons programma komt terug dat Gemert-Bakel zelf de regie moet nemen op spuitdrift en gezondheid, in plaats van te wachten tot de rechter het beleid bepaalt.
Water en TOV: alleen perspectief als het watersysteem het aankan
Het tweede punt gaat over water. Teeltondersteunende voorzieningen – grote trayvelden, kappen, folies, netten – worden in het beleid terecht gezien als een manier om de teelt te moderniseren en te verduurzamen. Maar in onze zandgebieden hebben die voorzieningen ook een andere kant: een paar hectare TOV gedraagt zich hydrologisch vaak als verhard oppervlak. Regenwater stroomt sneller af, infiltreert minder, en in droge periodes neemt de druk op beregening en grondwater toe.
In het vastgestelde beleid wordt water wel genoemd, maar vooral als aandachtspunt bij de vergunning. Er is geen verplicht waterhuishoudkundig plan bij grote TOV-projecten. Er staat nergens dat een ontwikkeling per saldo het watersysteem niet mag verslechteren. En er is geen harde afspraak dat bij grote oppervlakten het waterschap standaard formeel adviseert.
Ons amendement vroeg precies om die drie dingen bij grootschalige TOV:
- altijd een waterhuishoudkundig plan bij grotere projecten, zodat duidelijk is waar het water vandaan komt, hoe het wordt geborgen, geïnfiltreerd en hergebruikt;
- het uitgangspunt dat het watersysteem per saldo niet mag verslechteren ten opzichte van de bestaande situatie;
- standaard advies van het waterschap bij grote TOV-projecten.
De wethouder noemde dit amendement “overbodig” en stelde dat dit allemaal al geregeld is in de bestaande structuren via provincie en waterschap. Dat hebben we vooraf en tijdens het debat bewust gecheckt: er is wel overleg, maar nergens is vastgelegd dat er bij grote TOV automatisch een volwaardig waterplan moet liggen, dat “geen verslechtering van het watersysteem” de toetssteen is, of dat het waterschap standaard een formeel advies geeft boven een bepaalde omvang. Water is nu een aandachtspunt, geen harde randvoorwaarde.
Ook dit nemen we daarom mee in ons verkiezingsprogramma: teeltondersteunende voorzieningen blijven mogelijk, maar alleen waterrobuust. Wie grote oppervlakken wil overkappen of verharding toevoegt, moet laten zien dat het watersysteem dat aankan.
Waarom waterregulering zó belangrijk is voor het buitengebied
Water is geen technisch detail; het is de basis onder alles wat in het buitengebied leeft en groeit. Als het watersysteem uit balans raakt, zie je dat terug in natuur, landbouw en leefbaarheid.
Op onze zandgronden is dat extra zichtbaar. Te lage grondwaterstanden betekenen verdrogende natuurgebieden, beken die in de zomer droogvallen, bomen die langzaam afsterven en landbouwgronden die steeds vaker beregend moeten worden. Voor bewoners betekent het minder groen, meer hitte, meer stof en een buitengebied dat aan kwaliteit inboet. Uiteindelijk lopen ook de kosten op: voor waterschappen, voor de gemeente en voor inwoners.
Juist bij grote ingrepen zoals TOV kun je het verschil maken. Regel je niets, dan stapel je verharding, afvoer en onttrekkingen op totdat het systeem kraakt. Regel je het wél goed, dan draag je bij aan een “sponslandschap” dat water vasthoudt, piekbuien opvangt en in droge periodes minder kwetsbaar is. Daarom vinden wij dat een waterhuishoudkundig plan, een duidelijke norm “geen verslechtering van het watersysteem” en een vaste rol voor het waterschap bij grote projecten geen luxe zijn, maar logische basiseisen in een modern buitengebiedbeleid.
Onze inzet richting de volgende raadsperiode
Samengevat: “Buitengebied met Perspectief” is een goede eerste stap, maar nog te veel vanuit de agrarische invalshoek geschreven. Politiek op Inhoud wil in de volgende periode een duidelijke leidraad voor spuitdrift én stevige, waterrobuuste randvoorwaarden bij grootschalige TOV. Zodat we niet alleen economisch perspectief bieden, maar ook gezondheid, natuur en water echt beschermen.
Zodat we over een paar jaar niet alleen kunnen zeggen dat we economisch perspectief hebben gegeven, maar ook dat we eerlijk zijn geweest naar gezondheid, natuur, water en toekomstige generaties.
Erick Bastiaannet
info@politiekopinhoud.nl