In Gemert-Bakel zijn de afgelopen vier jaar grote plannen gemaakt. Nieuwe scholen. Nieuwe MFA’s. Nieuwe initiatieven die juist onze dorpen sterker kunnen maken. Investeren is nodig. Alleen ging er iets structureel mis in de manier waarop we plannen maakten en besluiten uitvoerden. Te vaak kwam de gemeente pas laat tot een keuze. Te vaak bleek een voorstel niet rijp of klopte het niet. Te vaak moest het opnieuw. En bij elke maand vertraging liep de rekening op: door bouwkosten, door extra proceskosten en door kansen die gewoon niet werden verzilverd.
Het gaat dus niet om één fout of één incident. Het gaat om een patroon. En dat patroon kost geld én vertrouwen.
Het probleem is niet één fout. Het probleem is een patroon: te laat sturen, te duur herstellen en te weinig tegenkracht – JAN VROOMANs Politiek op Inhoud
MACROPEDIUS: TWEE JAAR OP DE PLANK, DAARNA NOG DRIE MAANDEN STILTE
Dat patroon zie je eerst bij de grootste dossiers. Neem de nieuwbouw van het Commanderij College (Macropedius). Dit is een project waar je als gemeente vanaf dag één strak moet sturen. Niet omdat je snel-snel wilt, maar omdat onzekerheid in zo’n dossier juist onrust voedt.
Bij dit dossier begint het probleem al vóór de raadsopdracht. Al ongeveer twee jaar lagen rapporten en scenario’s klaar, maar het college kwam niet in beweging. Juist daarom gaf de raad op donderdag 11 november 2021 het college de opdracht om te starten met planvorming. Die motie is mede door mij geïnitieerd: zonder die druk was de start opnieuw over de verkiezingen getild en was het dossier nog langer blijven liggen.
En zelfs na die opdracht ging het tempo er niet direct in. De eerste drie maanden bleef de motie ongebruikt op het bureau van wethouder Steeghs liggen. In plaats van één duidelijke lijn bleef het lang een proces met fases, varianten en extra rondes. Intussen liep de spanning met omwonenden op, waardoor extra inzet nodig werd om het proces en de communicatie in goede banen te leiden. En terwijl we vooral bezig waren met proces, liep de tijd door. Bij een project in de orde van tientallen miljoenen euro’s betekent twee jaar later realiseren al snel miljoenen extra prijsrisico. De kern is simpel: als je niet doorpakt, betaal je dat later.
BERGLAREN: ALS BESTUURDERLIJKE FRICTIE TEMPO KOST
Het tweede patroon zie je bij scholen: bestuurlijke frictie en gebrek aan slagkracht die tempo uit projecten haalt. De Berglarenschool is daar een voorbeeld van. Hier ging het niet om de inhoudelijke noodzaak – die is er – maar om bestuurlijke verhoudingen. Er ontstond frictie tussen wethouder Steeghs en het GOO-bestuur over voorwaarden en communicatie. Daardoor ging het tempo eruit. En ook hier geldt: een jaar vertraging bij een schoolproject vertaalt zich snel naar een forse extra rekening. Niet omdat iemand dat wil, maar omdat bouwkosten en planning doorlopen.
DOONHEIDE II: EERST SNELHEID, DAN WEER TERUG
En het bleef niet bij één school. Ook bij de duoschool Doonheide II zie je hoe versnellen kan wethouder Coppens, maar hoe kwetsbaar dat is als de regie daarna niet strak blijft (wethouder Steeghs). Er zijn stappen gezet om tempo te maken, maar daarna ging de snelheid er weer uit. Met als gevolg: opnieuw doorschuiven, opnieuw duurder. Twee jaar vertraging op een project van rond de 10 miljoen euro tikt al snel in de orde van miljoenen extra prijsrisico. Dat is de prijs van onvoldoende projectdiscipline.
MFA’S: ACHT JAAR WACHTEN IS GEEN ZORGVULDIGHEID
Dan de MFA’s. Hier voel je het patroon misschien nog het hardst, omdat dorpen het direct ervaren. Een MFA is geen abstract plan. Het is het kloppend hart van een kern. Als je daar acht jaar over doet, is dat niet alleen ‘zorgvuldigheid’. Dan is dat vooral: te weinig regie op tempo, scope en besluitvorming. In Bakel schuift de oplevering richting 2029 en zijn ontwerpen meerdere keren ingrijpend aangepast. Elke keer dat je teruggaat naar de tekentafel, verlies je tijd en groeit het prijsrisico. Maar misschien nog belangrijker: je verliest vertrouwen. Verenigingen wachten, vrijwilligers worden moe, en het gesprek in het dorp gaat niet meer over de toekomst maar over frustratie.
MILHEEZE: ALS DE RAAD MOET BIJSTUREN, IS DE REGIE TE LAAT
In Milheeze zie je nog een ander deel van hetzelfde probleem: gebrek aan regie op kaders, scope en proces (wethouder Steeghs). In 2024 kwam het college met een plan richting de raad dat ineens rond de 12 miljoen euro zou uitkomen, terwijl het beschikbare budget rond de 4,5 miljoen lag. Op zo’n moment gaat het niet alleen om ‘een duur plan’, maar vooral om sturing: waarom is er niet eerder bijgestuurd, waarom zijn de financiële kaders niet strak bewaakt en waarom komt de raad pas aan het einde van de rit voor die keuze te staan?
De raad heeft vervolgens ingegrepen. Het college kreeg de opdracht om binnen de vastgestelde financiële kaders met een nieuw, passend plan terug te komen. Dat moment is belangrijk, omdat het laat zien dat de raad moest bijsturen nadat het college de regie op budget en scope onvoldoende had vastgehouden. Deze vertraging kost geld. Eén tot twee jaar extra doorlooptijd op een miljoenenproject tikt al snel door tot meer dan een miljoen euro, terwijl het dorp ondertussen blijft wachten op duidelijkheid en voortgang.
DE SPRANK: TE LANG DOORSUDDEREN, DAN IN ÉÉN KEER BIJPASSEN
Hetzelfde patroon van te laat ingrijpen zie je in De Mortel bij MFA De Sprank (wethouder Steeghs). Rode cijfers liepen al vanaf 2019, maar het dossier kwam pas laat echt zwaar op tafel. Uiteindelijk moest de raad in één keer bijna 252.000 euro bijpassen voor tekorten over 2021 tot en met 2024. Dat voelt voor inwoners alsof ‘ineens tonnen nodig zijn’, terwijl dit precies is wat gebeurt als je te lang laat doorsudderen en te laat bijstuurt. Als je als gemeente partner bent in zo’n voorziening, hoort de raad veel eerder volledig in positie te komen. Niet achteraf met een eindpakket, maar vooraf met maatregelen die het probleem kleiner houden.
NATUURBEGRAVEN: TWEE KEER TERUG, DAN JAREN STILSTAND
En dan is er natuurbegraven. Dit dossier laat zien hoe slechte proceskwaliteit niet alleen geld kost, maar ook kansen op natuurherstel en lokale investeringen frustreert. Het college kwam meerdere keren met voorstellen die niet klopten of niet rijp waren, waardoor de raad / Politiek op Inhoud moest ingrijpen. Daarna is het proces in april 2025 herstart, met de route dat initiatiefnemers via een standaard RO-procedure met plannen moeten komen (amendement Politiek op Inhoud).
Maar vervolgens is er opnieuw vertraging ontstaan, omdat er een evaluatiefase tussendoor is gezet en de voortgang niet strak is vastgelegd. Ondertussen staan initiatiefnemers en investeringen stil. En de kern mist kansen op natuurherstel en lokale bestedingen. Als je rekent met twee initiatieven die elk ongeveer 150 ceremonies per jaar draaien en daarmee ongeveer 1,2 miljoen euro omzet per initiatief per jaar, dan is de gemiste economische waarde bij minimaal twee jaar vertraging ongeveer 5 miljoen euro.
RH41: DE COALITIE EN DE VVD STEMDEN VOOR, INWONERS BETALEN DE REKENING
Ook bij het wegkopen van het varkensbedrijf aan de Rooijehoefsedijk 41 (RH41 – wethouder van Zeeland) zie je wat er misgaat als tegenkracht ontbreekt. Dit keer voerde het college blind een opdracht uit van het CDA, Dorpspartij en de VVD. Deze partijen stemden voor de deal. Daarmee zette de raad haar handtekening onder een uitkoopsom die in de berichtgeving op 2,35 miljoen euro ligt. In 2020 vond het college 1,4 miljoen euro nog onverantwoord (wethouder van Extel – van Katwijk)
Politiek op Inhoud stelt dat het bedrag, inclusief het rentevoordeel in de betalingsconstructie, richting 2,6 miljoen euro kan oplopen en dat de taxatie circa 1,5 miljoen euro te hoog is omdat kosten en risico’s die voor een marktpartij essentieel zijn, niet zijn meegenomen. Naar onze mening betalen wij 1,5 miljoen euro boven de markt en hebben daarom ook een klacht over staatssteun ingediend bij de EU.
AANBESTEDEN: WERK ONNODIG WEG UIT DE REGIO
Tot slot: aanbestedingen en gebouwenbeheer. Hier zie je hoe een keuze in inkoopstrategie direct effect heeft op onze lokale economie. Onderhoud werd zó gebundeld en zó lang gecontracteerd dat Europees aanbesteden verplicht werd (wethouder Steegs). De uitvoering liep vervolgens vast en de samenwerking stopte. Politiek op Inhoud diende een motie in om dit slimmer te organiseren: opknippen waar mogelijk, onder de drempel werken waar dat mag, zodat lokale bedrijven mee kunnen doen en de gemeente minder kwetsbaar wordt.
De coalitie stemde tegen. En in 2025 werd opnieuw Europees aanbesteed. Het gevolg is voorspelbaar: werk verdwijnt opnieuw uit de regio, terwijl lokale ondernemers wél klaarstaan. Als je rekent met 80.000 euro per jaar aan onderhoudsomzet die niet lokaal landt en daarbovenop nog eens 100.000 euro per jaar aan vervangingswerk dat uit de regio weglekt, dan gaat het in zes jaar tijd om ruim 1 miljoen euro aan gemiste regionale spin-off. Dat is het effect van keuzes.
DE RODE DRAAD: VERTRAGING ALS STANDAARD
Als je al deze dossiers bij elkaar zet, dan zie je de rode draad. Niet één project dat tegenzit, maar een bestuursstijl die te vaak leidt tot uitstel, herstarten en oplopende kosten. En dat kan anders.
COLLEGE ALS LOS ZAND: TE WEINIG ONDERLINGE CONTROLE
Een belangrijk deel van deze problemen had voorkomen kunnen worden als het college collegialer zou functioneren en wethouders elkaar beter zouden controleren op planning, kaders, kwaliteit van voorstellen en tijdige informatie richting de raad. Nu voelt het college te vaak als los zand: iedereen zijn eigen dossier, weinig tegenspraak aan de voorkant en pas bij problemen terug naar de raad.
Ik heb dit ook als oproep gedaan bij de behandeling van de begroting richting de burgemeester als voorzitter van het college. Daar werd toen op gereageerd dat men zich niet in die analyse herkende. Voor ons is dat juist een extra signaal dat dit een aandachtspunt moet zijn in ons verkiezingsprogramma: bestuur dat elkaar scherp houdt, zodat fouten eerder worden herkend en vertraging niet de standaard wordt. Wegkijken draagt niet bij tot verbetering.
DE REKENING: WAT WE HADDEN KUNNEN VOORKOMEN
- De publieke meerkosten door vertraging, herstarts en prijsrisico schatten we op ongeveer 10 tot 17,5 miljoen euro.
- Gemiste regionale waarde door stilgevallen initiatieven en werk dat uit de regio verdwijnt (schatting): ongeveer 5,5 tot 6,7 miljoen euro.
- Totaal orde van grootte: ongeveer 15 tot 24 miljoen euro.
Dit zijn schattingen op basis van aannames over bouwkostenstijging, doorlooptijd en de economische waarde van initiatieven. Het doel is niet om elk bedrag tot op de euro te claimen, maar om zichtbaar te maken wat vertraging en gebrek aan regie in de praktijk betekenen: voor de begroting, voor kernen en voor vertrouwen.
WAT MOET ER ANDERS: BESTUUR DAT WERKT
Wat er nodig is, is bestuur dat werkt. Dat betekent: één duidelijke projectopdracht per groot project met scope, planning en geld. Elk kwartaal transparant rapporteren aan raad en samenleving: groen-oranje-rood op tijd, geld en draagvlak. Kaders zijn kaders: afwijkingen alleen met een expliciet raadsbesluit. Geen herstart zonder rekenschap: wat ging mis, wat kostte het en wat leren we. Slim aanbesteden: niet onnodig Europees als het ook anders kan, en lokale kansen niet wegorganiseren. En bij dossiers met initiatiefnemers: standaard procedures met harde termijnen, zodat evaluaties nooit een parkeerplaats worden.
Maar dit begint niet bij een extra checklist. Dit begint bij een college dat als team functioneert. Niet door onderling zoete broodjes te bakken, maar door elkaar scherp te houden op kwaliteit, planning en kaders. Door elkaar te durven controleren vóórdat een voorstel naar de raad gaat. En door elkaar aan te spreken als deadlines niet gehaald worden of als risico’s worden weggeschoven.
CONTROLERENDE TAAK BOVEN PARTIJ BELANG
En het vraagt óók een raad die strakker controleert, daar ontbrak het vaak aan bij de coalitie. De afgelopen vier jaar is die scherpte bij grote dossiers te vaak onvoldoende geweest: bij Berglaren, bij het Commanderij College, bij de duoschool Doonheide II, bij natuurbegraven en bij De Sprank. Als het college elkaar niet corrigeert én de coalitie in de raad wegkijkt om spanning te voorkomen, dan stapelen fouten en vertraging zich op. Die combinatie kan niet meer.
Een coalitie die wegkijkt om de sfeer te bewaren, koopt later de sfeer terug met gemeenschapsgeld – JAN VROOMANs Politiek op Inhoud
De afgelopen vier jaar laten zien wat er misgaat als je dat niet doet. De komende vier jaar moeten laten zien dat het wél kan: sneller, transparanter, en met meer respect voor onze kernen en ons belastinggeld.
Jan Vroomans
Politiek op Inhoud