Het Eindhovens Dagblad besteedt inmiddels aandacht aan de onrust rond de Europese aanbesteding van de kinderopvang in de nieuwe basisschool in Doonheide. Dat artikel maakt nu ook voor een breder publiek zichtbaar wat Politiek op Inhoud eerder al heeft aangekaart: het college heeft gekozen voor een onnodige en bestuurlijk onverstandige route van Europees aanbesteden. Juist bij een nieuwe duoschool hoort niet de procedure centraal te staan, maar de vraag hoe onderwijs en kinderopvang zo worden georganiseerd dat kinderen en ouders daar het meest bij gebaat zijn.
Van samenwerking naar aanbesteding
Juist daarom is dit onderwerp belangrijk. In het Integrale Huisvestingsplan 2025–2040 is voor Doonheide II gekozen voor een nieuwe duoschool van PlatOO en GOO, inclusief kinderopvang. In dat voorstel staat ook dat de verdere planvorming zou plaatsvinden met de schoolbesturen, de gemeente, kinderopvang en de projectleider. In mei 2025 hebben de gemeente, GOO en PlatOO bovendien afspraken gemaakt over de verdere ontwikkeling van deze voorziening. Tegen die achtergrond is het een forse koerswijziging dat het college vervolgens, op 27 januari 2026 en dus ongeveer zes weken voor de verkiezingen, heeft gekozen voor een openbare Europese aanbesteding van huur en kinderopvang. De publicatie verscheen begin februari 2026 op TenderNed en werd daarna ook officieel bekendgemaakt.
Grote inhoudelijke gevolgen
Dat is een keuze met grote inhoudelijke gevolgen. Bij een duoschool wil je juist dat onderwijs en kinderopvang zo goed mogelijk op elkaar aansluiten. Kinderen en ouders hebben baat bij een doorgaande lijn, bij korte lijnen in de dagelijkse praktijk en bij een organisatie waarin onderwijs en opvang niet los van elkaar worden geregeld. Juist daarom wringt het dat nu is gekozen voor een route die het risico vergroot dat kinderopvang en onderwijs in Doonheide organisatorisch uit elkaar worden getrokken.
Niet de enige wettelijke route
Het college zal waarschijnlijk zeggen dat een overheid transparant moet handelen. Dat klopt ook. Maar daarmee is niet gezegd dat de nu gekozen route de enige wettelijke mogelijkheid was. Er zijn juridisch wel degelijk andere manieren denkbaar om de samenwerking tussen onderwijs en kinderopvang vorm te geven, zonder dat de gemeente zichzelf automatisch in een Europese aanbestedingsroute manoeuvreert. Het recente kennisdocument over kindcentra en het AEF-rapport voor het ministerie laten juist zien dat er meerdere juridisch houdbare varianten zijn. In varianten waarin de onderwijsorganisatie verhuurder is, of waarin via doordecentralisatie of economisch eigendom een andere structuur wordt gekozen, is onder de huidige jurisprudentie een openbare selectieprocedure niet formeel vereist. De wet dwong dus niet vanzelf tot precies deze uitkomst. Eerst is gekozen voor een gemeentelijke structuur, en juist die keuze heeft daarna de aanbestedingslogica opgeroepen.
Dat is precies waarom wij deze gang van zaken onverstandig vinden. Dit dossier had niet vanuit een inkooplogica moeten worden opgebouwd, maar vanuit de inhoudelijke bedoeling van de duoschool. Bij een nieuwe duoschool hoort niet de vraag centraal te staan hoe je kinderopvang formeel aanbesteedt, maar hoe je onderwijs en opvang zo organiseert dat die in de praktijk goed op elkaar aansluiten.
Kwaliteit vraagt samenhang
Dat is niet alleen een bestuurlijk punt, maar ook een inhoudelijk punt. Een duoschool werkt alleen goed als onderwijs en kinderopvang echt op elkaar aansluiten. Kinderen hebben baat bij een doorgaande lijn. Ouders hebben baat bij duidelijkheid, korte lijnen en één samenhangende organisatie. Het kennisdocument over kindcentra zegt ook expliciet dat een goede inhoudelijke samenwerking zwaarder moet wegen en dat selectie niet primair op prijs zou moeten plaatsvinden. De landelijke handreiking over integrale kindcentra benadrukt daarnaast dat gemeente, onderwijs en opvang vanaf het begin gelijkwaardig betrokken moeten zijn. Dat is hier des te belangrijker, omdat GOO juist werkt vanuit de gedachte van onderwijs en begeleiding voor kinderen van 0 tot 13 jaar. In De Rips laat GOO bovendien zien dat onderwijs en opvang ook in een kleine kern in samenhang kunnen worden georganiseerd. Juist daarom is het moeilijk uit te leggen waarom het college nu een route kiest die die samenhang in Doonheide eerder verzwakt dan versterkt.
De 145 euro per m² roept vragen op
Daar komt nog een tweede punt bij. Uit de stukken die wij hebben opgevraagd blijkt dat in de aanbesteding voor de kinderopvang een huurprijs van 145 euro per m² is opgenomen en dat dit als knock-out criterium wordt gehanteerd. Dat is opmerkelijk, omdat de raad het nieuwe verhuurbeleid voor onderwijshuisvesting nog niet heeft vastgesteld. Bovendien is in de aanbesteding niet duidelijk gemaakt op basis van welk uitgangspunt deze m²-prijs is bepaald. Gaat het om een kostprijs op basis van investering, afschrijving en onderhoud? Gaat het om een kostprijsdekkend model? Of wordt hier feitelijk een commercieel tarief gehanteerd? Juist de handreiking over verhuur en medegebruik van schoolgebouwen maakt duidelijk dat zo’n keuze bewust gemaakt moet worden: een vergoeding kan marktconform zijn, kostprijsdekkend zijn of lager worden vastgesteld, maar dat vraagt steeds om een expliciete beleidskeuze. En juist dat kader is hier nog niet door de raad vastgesteld.
Waar onderwijs en opvang om het kind zouden moeten draaien, draait dit dossier vooral om procedure, prijs en papier – Jan Vroomans Politiek op Inhoud
Beleidskeuzes zonder politiek kader
Wat hier dus misgaat, is dat het college eerst een hele serie beleidskeuzes maakt en daarna doet alsof het alleen nog om uitvoering gaat. Maar dit is geen neutrale uitvoeringsstap. De keuze voor de juridische structuur, de keuze om de gemeente zelf centraal te zetten bij verhuur en selectie, de keuze om vlak voor de verkiezingen deze route in te slaan, en de keuze om alvast met een m²-prijs te werken zonder nieuw vastgesteld beleid: dat zijn allemaal bestuurlijke keuzes. En zulke keuzes horen niet stilzwijgend in een aanbesteding te verdwijnen.
Onze raadsvragen waren vanaf het begin helder
Dat is ook de reden waarom wij op 26 maart raadsvragen hebben gesteld. In die raadsvragen hebben wij het college niet alleen gevraagd om alle relevante aanbestedingsstukken, de uitgangspunten voor de huur- en tariefstelling, de financiële onderbouwing, de afspraken met GOO en PlatOO en alle onderliggende correspondentie beschikbaar te stellen, maar ook expliciet verzocht de Europese aanbesteding per direct te staken en geen onomkeerbare vervolgstappen te zetten. Daarmee was onze lijn vanaf het begin helder: deze keuze hoort thuis bij de nieuwe raad en het nieuwe college.
College laat procedure doorlopen
Juist daarom is het extra zorgelijk dat het college inmiddels heeft aangegeven pas op 12 mei in staat te zijn de vragen te beantwoorden, terwijl de procedure richting gunning ondertussen gewoon doorloopt. Daarmee onderschat het college de bestuurlijke en politieke zwaarte van dit dossier. Sterker nog: het negeert in de praktijk onze oproep om de gunning stil te zetten en dit onderwerp over te laten aan de nieuwe raad en het nieuwe college.
Niet de procedure, maar de inhoud
Transparantie is belangrijk, maar transparantie is niet hetzelfde als automatisch Europees aanbesteden. In Doonheide is eerst een bestuurlijke keuze gemaakt die de gemeente zelf centraal zette. Daarna werd gezegd dat een openbare procedure nodig was. Maar landelijke handreikingen en recente kennisdocumenten laten zien dat er ook andere, rechtsgeldige routes mogelijk waren geweest waarin de schoolbesturen veel logischer aan zet waren gebleven. Bij een nieuwe duoschool moet de vraag daarom niet zijn hoe je kinderopvang inkoopt, maar hoe je onderwijs en opvang zó organiseert dat kinderen en ouders er beter van worden. Niet de procedure moet leidend zijn, maar de inhoud.
Politiek op Inhoud doet daarom nogmaals uitdrukkelijk de oproep aan het college om de gunning niet door te zetten en geen onomkeerbare stappen meer te nemen. Juist nu beantwoording van onze vragen pas later volgt, terwijl de procedure ondertussen doorloopt, is terughoudendheid op zijn plaats. Dit dossier hoort niet meer thuis bij een college dat op weg is naar overdracht, maar bij de nieuwe raad en het nieuwe college.
Politiek op Inhoud zal de formateur Inge van Dijk daarom ook oproepen dit dossier expliciet te betrekken bij de formatie en uit te spreken dat onomkeerbare stappen rond de kinderopvang in Doonheide niet meer thuishoren bij het huidige college.
Onder dit dossier zit niet één fout, maar een stapeling van bestuurlijke missers. Het gaat hier niet om een klein uitvoeringsbesluit, maar om een besluit waar een hele serie beleidskeuzes achter zit. Juist daarom is het onverstandig dat het college dit vlak voor de verkiezingen in gang heeft gezet. De raad had hier eerst kaders moeten stellen, voordat deze keuzes in een aanbesteding werden vastgezet.
- • Het college heeft vlak voor de verkiezingen een koersbepalend besluit genomen. Volgens onze informatie is deze route op 27 januari 2026 ingezet, ongeveer zes weken voor de verkiezingen. Dat is niet het moment om een dossier met zulke inhoudelijke, juridische en financiële gevolgen nog even door te drukken.
- • Het college heeft gedaan alsof Europese aanbesteding de enige wettelijke route was. Dat is niet juist. Er zijn meerdere juridisch houdbare varianten denkbaar, waaronder varianten waarin de onderwijsorganisatie verhuurder is of waarin via doordecentralisatie een andere structuur wordt gekozen. Daarmee had de regie veel logischer bij de schoolbesturen kunnen blijven liggen.
- • Het college heeft de inhoud ondergeschikt gemaakt aan de procedure. Bij een duoschool moet de doorgaande lijn tussen onderwijs en opvang centraal staan. Toch is nu gekozen voor een route die het risico vergroot dat onderwijs en opvang organisatorisch uit elkaar worden gehaald.
- • Het college loopt vooruit op beleid dat de raad nog niet heeft vastgesteld. In de aanbesteding is volgens de door ons opgevraagde stukken al gewerkt met 145 euro per m², terwijl het nieuwe verhuurbeleid onderwijshuisvesting nog niet door de raad is vastgesteld. Daarmee wordt feitelijk vooruitgelopen op een kader dat er nog niet is.
- • Het college gebruikt een m²-prijs als knock-out criterium zonder heldere onderbouwing. Er is in de aanbesteding geen duidelijke uitleg zichtbaar op basis van welk uitgangspunt die 145 euro per m² is bepaald. Is dit gebaseerd op investering, afschrijving en onderhoud? Op kostprijsdekkende huur? Of op een commercieel tarief? Dat zijn geen technische details, maar beleidskeuzes.
- • Het college heeft een bestuurlijk dossier behandeld alsof het alleen een inkoopdossier was. De keuze voor structuur, huurregime, rolverdeling en selectie is bestuurlijk. Dat kun je niet wegzetten als alleen een advies van een inkoopbureau of een normale aanbestedingsstap. Hier had eerst politieke besluitvorming over de kaders moeten plaatsvinden.
- • Het college heeft onze oproep om te stoppen feitelijk genegeerd. Op 26 maart is expliciet gevraagd de aanbesteding per direct te staken en geen onomkeerbare vervolgstappen te zetten. Toch loopt de procedure richting gunning gewoon door, terwijl beantwoording van de vragen pas op 12 mei wordt voorzien.
- • Het college heeft onnodige onrust veroorzaakt. Door deze route te kiezen, ontstaat onrust bij ouders, bij schoolbesturen, bij lokale kinderopvangorganisaties en in de politiek. Dat is des te wranger omdat dit dossier juist bedoeld was om onderwijs en opvang in Doonheide goed en toekomstbestendig te organiseren.
Hieronder staat per document welke informatie in dit artikel is gebruikt.
- De politieke en bestuurlijke aanleiding voor het stellen van vragen over de gekozen route.
- De kritiek op het moment van besluitvorming en het ontbreken van vooraf vastgestelde kaders door de raad.
- De oproep om de aanbesteding te stoppen en geen onomkeerbare vervolgstappen te zetten.
- Dat gemeente, onderwijs en kinderopvang vanaf het begin gelijkwaardig betrokken moeten zijn bij de ontwikkeling van een kindcentrum.
- Dat je eerst de inhoud en samenwerking goed moet organiseren en pas daarna de juridische en organisatorische vorm moet vastzetten.
- Dat de lokale wensen en uitgangspunten bepalend zijn voor de keuze van de samenwerkings- en huisvestingsvorm.
- Dat er meerdere juridisch houdbare varianten zijn voor huisvesting en verhuur bij kindcentra.
- Dat in varianten waarin de onderwijsorganisatie verhuurder is, een openbare selectieprocedure onder de huidige jurisprudentie niet formeel vereist is.
- Dat de gekozen governance- en eigendomsstructuur bepalend is voor de vraag of je in een openbare selectie of aanbestedingsachtige route terechtkomt.
- Dat bij gebruik van schoolgebouwen voor kinderopvang eerst duidelijk moet zijn of juridisch sprake is van medegebruik of van verhuur.
- Dat de vergoeding niet automatisch één vast model volgt, maar marktconform, kostprijsdekkend of lager kan worden vastgesteld, afhankelijk van de gekozen beleidslijn.
- Dat bij dit soort constructies bewuste keuzes nodig zijn over eigendom, gebruik, kosten en risico’s.
- Dat doordecentralisatie of economisch eigendom relevante routes kunnen zijn als je de regie anders wilt beleggen.