Als Gemert-Bakel de wet te duur vindt

Als Gemert-Bakel de wet te duur vindt

In Gemert-Bakel is opnieuw zichtbaar geworden hoe kwetsbare inwoners klem kunnen komen te zitten wanneer het college de wet vooral ziet als iets waar slim omheen gewerkt moet worden.

Het gaat om huishoudelijke ondersteuning. Jarenlang kregen inwoners geen beschikking in uren, maar een beschikking voor het resultaat “schoon en leefbaar huis”. Dat klinkt mooi, maar juridisch verboden. Een cliënt moet vooraf kunnen weten op hoeveel ondersteuning hij of zij kan rekenen. Niet alleen in woorden, maar concreet: hoeveel hulp, hoeveel tijd, welke taken en met welke frequentie.

Hoogste bestuursrechter is duidelijk

De hoogste bestuursrechter heeft daar duidelijke lijnen over uitgezet. Het is niet genoeg om te zeggen dat iemand recht heeft op een schoon en leefbaar huis als niet duidelijk is hoeveel ondersteuning daarvoor beschikbaar is.

Toch hield Gemert-Bakel in 2023 vast aan resultaatgericht beschikken. Wethouder Wilmie Steeghs verdedigde dat systeem toen als het beste systeem en stelde dat de gemeente voldeed aan de wet. De lijn werd: wie een urenbeschikking wil, kan daarom vragen, maar verder blijven we werken met schoon en leefbaar huis. CDA en Dorpspartij volgden de wethouder, omdat zij vertrouwen hadden in de wethouder en in de uitvoering.

Juridisch onhoudbaar

Omdat de werkwijze juridisch niet houdbaar bleef, stapt de gemeente nu alsnog over naar urenbeschikkingen. Dat had jaren eerder moeten gebeuren. Alleen dreigt nu dezelfde fout opnieuw te worden gemaakt, maar dan in een nieuwe verpakking.

In plaats van het HHM-normenkader als objectief vertrekpunt te gebruiken, wordt eerst gekeken naar het gesprek met de Wmo-consulent, de huidige inzet, de feitelijke inzet en wat iemand gewend is. Pas bij discussie, bezwaar of een gang naar de rechter komt het normenkader nadrukkelijk in beeld.

Daarmee ontstaat opnieuw een route in twee stappen: eerst de lokale interpretatie, pas bij tegenstand de juiste juridische norm.

Dat is precies de houding die we in 2023 ook zagen. Toen werd de discussie over urenbeschikkingen ontlopen door te zeggen: standaard blijft schoon en leefbaar, maar wie vraagt of klaagt kan een urenbeschikking krijgen. Nu gebeurt iets vergelijkbaars. Standaard wordt niet het normenkader als objectieve basis gebruikt, maar pas als een cliënt discussie maakt of naar de rechter stapt, wordt dat normenkader onvermijdelijk.

Wethouder Steeghs erkent zelf dat het juridisch rammelt

De wethouder heeft dat in de raad feitelijk zelf erkend. Zij gaf aan dat wanneer een cliënt een urenbeschikking aanvecht die is gebaseerd op een beoordeling door de Wmo-consulent, de rechter het HHM-normenkader verplicht zal stellen. Daarmee erkent zij dat een urenbeschikking op basis van alleen een gesprek of beoordeling door de Wmo-consulent juridisch onvoldoende objectief en toetsbaar kan zijn en dus niet toelaatbaar.

Wethouder Steehgs erkent HHM-normenkader kost meer uren

Daar komt bij dat wethouder Steeghs ook aangaf dat toepassing van het HHM-normenkader bij nieuwe cliënten gemiddeld tot meer uren leidt dan de route via de Wmo-consulent.

Als het normenkader gemiddeld hoger uitkomt dan de lokale beoordeling door de Wmo-consulent, dan is de keuze om dat normenkader niet standaard als vertrekpunt te gebruiken een beleidskeuze met financiële gevolgen.

Bestaande cliënten

Voor bestaande cliënten is dat minstens zo belangrijk. Uit de stukken blijkt dat aanbieders gemiddeld minder ondersteuning hebben ingezet dan waarvoor zij werden bekostigd. Als die feitelijke inzet vervolgens wordt gebruikt als basis voor de nieuwe urenbeschikking, bestaat het risico dat een lager feitelijk niveau wordt vastgelegd als nieuw juridisch recht. Dan wordt niet gerepareerd wat onder “schoon en leefbaar huis” tekort is gegaan, maar wordt die tekortkoming juist vastgezet in uren.

Daarmee wordt duidelijk waar het schuurt. Het normenkader wordt niet standaard toegepast, omdat dat meer uren kan betekenen. En meer uren kosten geld.

De raad wordt niet volledig geïnformeerd

Ook de manier waarop dit dossier aan de raad is voorgelegd klopt niet. In de adviesnota wordt de overstap naar urenbeschikkingen gepresenteerd als een technische omzetting. Bij juridische kanttekeningen staat feitelijk: geen.

Maar in de raadsvergadering erkent de wethouder zelf dat bij een gang naar de rechter het HHM-normenkader verplicht wordt gesteld. Dan is er dus wél een juridisch risico. De raad had dit aan de voorkant moeten weten.

Het gaat hier niet om een uitvoeringsdetail. Het gaat om de vraag hoe het aantal uren wordt vastgesteld: objectief via het normenkader, of eerst via feitelijke inzet, gewenning en een gesprek met de Wmo-consulent. Dat is de kern van de rechtspositie van cliënten.

De adviesnota benoemt dat verschil niet scherp, daarmee wordt aan de raad geen volledig en objectief beeld gegeven.

Rechtszekerheid geldt voor iedereen

Maar rechtszekerheid mag niet afhangen van de vraag of iemand mondig genoeg is om bezwaar te maken. Zeker niet bij oudere en kwetsbare inwoners.

Stel dat een ondernemer zegt: ik pas de wet pas volledig toe als de Belastingdienst klaagt, want anders wordt het te duur. Hoe coulant zou de overheid dan zijn?

De vraag is simpel: waarom moeten inwoners eerst bezwaar maken of naar de rechter stappen om een objectieve beoordeling te krijgen, terwijl de wethouder zelf erkent dat dit uiteindelijk de juridische norm is?

Ons standpunt over huishoudelijke hulp

Dit gaat voor Politiek op Inhoud niet alleen over de vraag of iemand krijgt waar hij of zij recht op heeft. Wij vinden ook dat als iemand financieel goed in staat is huishoudelijke hulp zelf te betalen, daar best een eerlijk gesprek over gevoerd mag worden. Maar dat is een politieke en wettelijke discussie die je open en eerlijk moet voeren. Dat mag nooit betekenen dat de gemeente de bestaande wet maar gedeeltelijk uitvoert omdat volledige toepassing duurder is.

De doelgroep bestaat voor een belangrijk deel uit kwetsbare ouderen. Veel van deze inwoners zijn afhankelijk van hulp, van familie, van mantelzorgers of van cliëntondersteuners. Het is een makkelijke doelgroep om met een mooi verhaal op te bezuinigen. Juist daarom moet de overheid extra zorgvuldig zijn.

Den Haag maakt de wet gemeenten voeren uit

Den Haag maakt de wet. Gemeenten voeren die wet uit. Op welk glijdend pad begeven wij ons als wij als lokale overheid zelf gaan bepalen dat we de wet iets minder volledig uitvoeren? Wie bepaalt dan de grens? Bij discussies over andere onderwerpen, zoals opvanglocaties of AZC’s, wordt vaak gezegd dat burgemeesters en wethouders de (spreidings)wet moeten respecteren. Waarom zou dat bij kwetsbare Wmo-cliënten anders zijn?

Het college organiseert haar eigen tegenstand

Politiek op Inhoud was bereid om bij bestaande cliënten pragmatisch te kijken naar de overgang van “schoon en leefbaar huis” naar een urenbeschikking. Niet iedere bestaande cliënt hoeft automatisch opnieuw volledig te worden onderzocht als de ondersteuning passend is en de cliënt tevreden is.

Voor nieuwe cliënten ligt dat nog principiëler. Daar moet je niet starten met een subjectieve beoordeling door een Wmo-consulent, maar met het HHM-normenkader als objectief vertrekpunt. Daarna kan altijd maatwerk worden geleverd. Meer als dat nodig is, minder als dat goed gemotiveerd kan worden. Maar de basis moet objectief en toetsbaar zijn.

Belangenorganisaties in verzet

Zoals het er nu naar uitziet, houdt de GR Peelgemeenten vast aan de gekozen koers. Daarmee wordt het risico groot dat belangenorganisaties en cliëntondersteuners, die aanvankelijk mogelijk bereid waren om bij bestaande cliënten praktisch mee te denken, nu de hakken in het zand zetten. Als de gemeente het normenkader niet aan de voorkant wil gebruiken, zullen zij waarschijnlijk hun achterban adviseren om bij zowel bestaande als nieuwe cliënten alleen nog het normenkader te accepteren.

De financiële gevolgen

Voor de vijf Peelgemeenten gaat het om ongeveer 3.500 cliënten. Als al deze cliënten alsnog opnieuw beoordeeld moeten worden en een herindicatie gemiddeld vier uur kost, praat je alleen al over 14.000 uur uitvoeringscapaciteit. Bij een globale kostprijs van € 100 per uur is dat ongeveer € 1,4 miljoen aan omzettingskosten.

Als de erkenning van wethouder Steeghs klopt dat toepassing van het normenkader gemiddeld tot meer uren leidt, en dat verschil zou gemiddeld ook maar een half uur per cliënt per week bedragen, dan gaat het bij 3.500 cliënten om ongeveer 1.750 extra uren per week. Op jaarbasis is dat ruim 90.000 uur. Bij een tarief van ongeveer € 30 per uur praat je dan over een orde van grootte van € 2,7 tot € 2,8 miljoen per jaar extra.

Voor Gemert-Bakel, met ongeveer 900 cliënten, gaat het dan indicatief om maximaal ongeveer € 360.000 aan herindicatiekosten en circa € 700.000 per jaar aan extra ondersteuningskosten.

Dat zijn geen definitieve bedragen, maar ze laten wel zien wat er op het spel staat. Als het college aan de voorkant juridisch kwetsbaar handelt, kan de financiële en organisatorische rekening achteraf veel hoger uitvallen.

Juridische norm alleen bij bezwaar

Het college kiest bewust voor een route waarvan het zelf erkent dat bij rechterlijke toetsing het normenkader verplicht wordt. Daarmee wordt de juridische norm niet aan de voorkant toegepast, maar pas bij tegenstand.

Dat is bestuurlijk onverstandig, juridisch kwetsbaar en richting kwetsbare inwoners moeilijk uit te leggen.

Dit alles had voorkomen kunnen worden door strategischer te denken en met meer respect voor ouderen, rechtszekerheid en de wet te handelen. De overheid hoort niet te wachten tot een inwoner bezwaar maakt voordat zij de juiste norm toepast. Zeker niet wanneer zij zelf al weet welke norm uiteindelijk bij de rechter overeind blijft.

Samen met Pro Sociaal Gemert-Bakel hebben wij een amendement ingediend om het besluit aan te passen. CDA, Dorpspartij, D66 en de VVD stemde stegen.

Vragen bij het besluit

KBO

Amendement Pro Sociaal Gemert-Bakel / Politiek op inhoud

Eerdere raadsvraag

In de media

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *