Politiek op Inhoud heeft vragen gesteld over de Europese aanbesteding voor de kinderopvang in de nieuwe Duoschool Doonheide II. Het college heeft deze vragen inmiddels beantwoord. Die antwoorden nemen onze zorgen niet weg. Integendeel: ze bevestigen vooral dat de gemeente veel te snel naar het middel van Europees aanbesteden heeft gegrepen, zonder dat eerst het bredere bestuurlijke plaatje was uitgewerkt.
Wij wachten nog op de opgevraagde stukken. Daarbij gaat het onder meer om de samenwerkingsovereenkomst, de onderliggende adviezen, de correspondentie met GOO en PlatOO en de vraag of er überhaupt een breder afwegingskader is opgesteld. Is er vooraf serieus gekeken naar verschillende modellen? Zijn de voor- en nadelen van eigendom bij de gemeente, eigendom bij de schoolbesturen, gebouwbeheer, verhuur, kinderopvang en doorgaande leerlijn naast elkaar gezet? En is daarna bewust gekozen voor Europees aanbesteden?
Op dit moment zien wij dat bredere plaatje niet terug. Wat er ligt, is vooral een aanbestedingsdocument en geen strategische beleidsafweging.
Op 27 januari 2026 is het aanbestedingsdocument “Huur en uitvoering kinderopvang Doonheide II” vastgesteld. In dat document staat dat de gemeente kiest voor een Europese openbare procedure. De gemeente wil één overeenkomst sluiten met één kinderopvangorganisatie. Het gaat om 700 m² kinderopvangruimte, een huurprijs van €145 per m² per jaar en een looptijd van 10 jaar. Ook staat in het document dat de uitvoering van kinderopvang een integraal onderdeel vormt van de overeenkomst voor huur en uitvoering kinderopvang.
Daarmee kiest de gemeente feitelijk voor een gemeentelijk verhuurmodel. De gemeente zet de kinderopvangruimte in de markt, bepaalt de huurprijs en selecteert zelf de kinderopvangorganisatie. Dat is geen neutrale inkoophandeling. Dat is een beleidskeuze.
Afgewogen besluit ontbreekt
De vraag is alleen: waar is die beleidskeuze gemaakt? Waar is het document waarin staat welke modellen zijn onderzocht? Waar is de afweging waarin het college uitlegt waarom de gemeente zelf verhuurder moet blijven? Waar is het stuk waarin de positie van GOO en PlatOO is afgepeld? Waar is de analyse waarin artikel 45 WPO, eigendom, gebouwbeheer, doorgaande leerlijn, opvang, onderwijs en aanbestedingsrecht in samenhang zijn bekeken?
Eerst is een Europese aanbesteding gestart. Daarna pas kwam de vraag op tafel wie straks eigenlijk eigenaar wordt, wie het gebouw beheert en welke rol de schoolbesturen hebben. Dat is de verkeerde volgorde. Volgens onze informatie was in de samenwerkingsovereenkomst nog niet definitief vastgelegd hoe eigendom, gebouwbeheer en verdere governance zouden worden ingevuld. Dat zou later gebeuren. Maar op 27 januari 2026 koos het college al voor Europees aanbesteden. Daarmee is een open afspraak uit de samenwerkingsovereenkomst feitelijk ingehaald door een inkoopprocedure. De aanbesteding vult alvast in wat bestuurlijk nog had moeten worden besproken.
College wil zelf niet exploitatie- en gebouwbeheer
Volgens goed ingevoerde bronnen heeft het college inmiddels richting de schoolbesturen aangegeven de exploitatie en het gebouwenbeheer van de DUO school Doonheide II alsnog bij de schoolbesturen te willen neerleggen. Als dat klopt, is dat veelzeggend. Dan is dit kennelijk een belangrijk uitgangspunt voor het college.
Juist dan had niet de weg van Europees aanbesteden leidend moeten zijn. Dan had eerst overeenstemming moeten worden bereikt over eigendom, exploitatie, gebouwenbeheer en de rol van de schoolbesturen. Pas daarna had beoordeeld moeten worden welke juridische route daarbij past.
Nu is de volgorde omgedraaid: de gemeente is eerst gaan aanbesteden vanuit een gemeentelijk verhuurmodel, terwijl achteraf alsnog wordt bewogen richting een model waarin de schoolbesturen centraal staan.
Politieke blunder
Dat is een politieke blunder omdat een aanbesteding hier is gebruikt voordat duidelijk was welke beleidsrichting eigenlijk gekozen werd. Een college dat een strategisch dossier goed bestuurt, begint niet met een aanbestedingsdocument. Een college begint met de inhoudelijke vraag: wat willen we bereiken met dit kindcentrum en welke eigendoms-, beheer- en samenwerkingsvorm past daarbij?
- ● De gemeente startte de Europese aanbesteding voordat eigendom en gebouwbeheer met GOO en PlatOO definitief waren uitgewerkt.
- ● De aanbesteding gaat uit van een gemeentelijk verhuurmodel: de gemeente verhuurt, bepaalt de voorwaarden en selecteert de kinderopvangorganisatie.
- ● Daarmee wordt een open punt uit de samenwerkingsovereenkomst feitelijk al ingevuld via de aanbesteding.
- ● De schoolbesturen moesten pas ná het besluit tot Europees aanbesteden aandacht vragen voor het eigendom en beheer van het gebouw.
- ● Het aanbestedingsdocument laat vooral een inkooproute zien, geen breed bestuurlijk afwegingskader.
- ● Kinderopvang en primair onderwijs zijn onvoldoende in samenhang bekeken, terwijl artikel 45 WPO juist een wettelijke verbinding legt tussen basisschool en buitenschoolse opvang.
- ● Als het juridisch eigendom van het gebouw bij oplevering bij de schoolbesturen komt te liggen, verandert ook de positie van de gemeente. Dan ligt het niet langer voor de hand dat de gemeente de verhuur van de kinderopvangruimte organiseert en zelf een kinderopvangpartij selecteert.
- ● Het college had op grond van artikel 5.7 kunnen besluiten om niet te gunnen en eerst de bestuurlijke basis te herstellen.
Doonheide II is niet zomaar een gebouw waarin toevallig ook kinderopvang komt. Het moet een kindcentrum worden. Dat betekent dat onderwijs, opvang, pedagogische visie, ouderbetrokkenheid, zorg, inclusie en doorgaande ontwikkeling bij elkaar horen.
De Wet op het primair onderwijs maakt die verbinding ook zelf. Artikel 45 WPO regelt dat het bevoegd gezag van een basisschool, als ouders daarom vragen, zorg draagt voor de organisatie van buitenschoolse opvang. De school hoeft die opvang niet per se zelf uit te voeren, maar de wettelijke verantwoordelijkheid voor de organisatie ligt wel bij het bevoegd gezag.
Dat betekent dat kinderopvang rond een basisschool niet simpelweg kan worden behandeld als verhuur van vierkante meters aan een marktpartij. Het raakt rechtstreeks aan de taak en positie van de schoolbesturen.
Juist daarom had de gemeente eerst met GOO en PlatOO moeten vastleggen hoe Doonheide II bestuurlijk wordt ingericht. Wie krijgt het juridisch eigendom na oplevering? Wie beheert het gebouw? Wie maakt afspraken over het gebruik van ruimten? Wie organiseert de opvang rond de scholen? Hoe wordt de doorgaande lijn geborgd?
Pas daarna kun je bepalen of de gemeente zelf moet aanbesteden, of dat de verantwoordelijkheid in een ander model bij de schoolbesturen komt te liggen. Nu lijkt die volgorde omgedraaid.
College gaat gewoon door
Het college heeft in de beantwoording van onze vragen aangegeven voornemens te zijn te gunnen. Dat is opmerkelijk, omdat het aanbestedingsdocument zelf ruimte biedt om niet te gunnen. In artikel 5.7 staat letterlijk dat de opdrachtgever niet verplicht is de overeenkomst te gunnen. Als de opdrachtgever besluit niet te gunnen, moeten inschrijvers daarover zo spoedig mogelijk worden geïnformeerd en moeten de redenen worden gegeven. Ook moet dan worden bekeken of gemaakte kosten worden vergoed.
Ook PIANOo geeft aan dat een aanbestedende dienst geen verplichting heeft om een opdracht te gunnen. Uit contractsvrijheid volgt ook het recht om geen contract te sluiten. (pianoo.nl)
Er was dus een juridische mogelijkheid om pas op de plaats te maken. Het college had kunnen zeggen: we gunnen nu niet. Eerst moeten we met GOO en PlatOO vaststellen welk eigendoms- en beheermodel voor Doonheide II wordt gekozen. Daarna bepalen we welke juridische route daarbij hoort. Dat was geen zwaktebod geweest. Dat was verstandig bestuur geweest.
Als het juridisch eigendom van het gebouw bij oplevering bij de schoolbesturen komt te liggen, dan verandert de positie van de gemeente. Dan is de gemeente niet langer vanzelfsprekend de partij die de kinderopvangruimte verhuurt en via een Europese aanbesteding een kinderopvangorganisatie selecteert. Dan verschuift de vraag naar de schoolbesturen. Hoe organiseren zij de kinderopvang rond de school? Hoe borgen zij de doorgaande lijn? Hoe richten zij het gebouwbeheer in? Hoe maken zij afspraken over ruimten, exploitatie, kosten en samenwerking? En welke juridische regels gelden dan voor hen?
Dat is een andere discussie dan de vraag of de gemeente nu deze huur- en exploitatieovereenkomst in de markt moet zetten. Door toch door te gaan met de gemeentelijke aanbesteding, kiest het college feitelijk vóór het gemeentelijke model en tégen het eerst uitwerken van het schoolbesturenmodel. Maar die keuze is niet zichtbaar als bewuste beleidskeuze aan de raad voorgelegd. Dat is precies het probleem. Niet de raad, maar een aanbestedingsdocument bepaalt dan de koers.
Geen strategie
Wat wij tot nu toe zien, is geen zorgvuldig afgepelde strategie. Wij zien geen duidelijke afweging tussen verschillende modellen. Wij zien geen bestuurlijk stuk waarin de samenhang tussen primair onderwijs en kinderopvang centraal staat. Wij zien geen heldere onderbouwing waarom het gemeentelijke verhuurmodel beter is dan een model waarin de schoolbesturen na oplevering eigenaar en organisator worden. Wij zien vooral een inkooproute.
Daarmee is de aanbesteding beleidsarm gestart. En dat is zorgelijk. Want Doonheide II raakt niet alleen aan vastgoed. Het raakt aan onderwijs, kinderopvang, wijkontwikkeling, inclusie, doorgaande leerlijn, ouders, kinderen en samenwerking tussen maatschappelijke partners.
Wie zo’n dossier reduceert tot een Europese aanbesteding, mist het bredere verband. Dat is geen technisch foutje. Dat is bestuurlijk onvoldoende.
Politiek op Inhoud heeft het college opgeroepen de gunning te stoppen of in ieder geval pas op de plaats te maken. Niet om een partij te bevoordelen. Niet om regels te omzeilen. Maar omdat eerst de bestuurlijke basis op orde moet zijn.
Het college moet eerst duidelijk maken welk eigendomsmodel voor Doonheide II wordt gekozen, welke afspraken met GOO en PlatOO zijn gemaakt over gebouwbeheer, welke rol artikel 45 WPO speelt bij de organisatie van buitenschoolse opvang, welke modellen vooraf zijn onderzocht, welke voor- en nadelen per model zijn afgewogen, waarom uiteindelijk is gekozen voor een gemeentelijke Europese aanbesteding en waarom niet eerst is gewacht op definitieve afspraken met de schoolbesturen.
DUO school Doonheide II verdient beter dan blind besturen. Het verdient een college dat eerst de inhoudelijke koers bepaalt, daarna de juridische route kiest en pas daarna, indien noodzakelijk, een aanbesteding start.
Wij wachten de opgevraagde stukken af. Daarna gaan wij zeker vervolgvragen stellen.