Evaluatie natuurbegraven: lessen voor bestuur, raad en vervolgproces

Evaluatie natuurbegraven: lessen voor bestuur, raad en vervolgproces

Het rapport over natuurbegraven ligt er eindelijk. Dat rapport draagt de datum 21 november 2025. Toen bleek dat de evaluatie, ondanks de eerdere toezegging, niet in het vierde kwartaal van 2025 naar de raad kwam, hebben wij het onderwerp op 11 december 2025 zelf op de agenda gezet met een motie vreemd. Dat hebben wij gedaan om te voorkomen dat dit dossier over de verkiezingen heen zou worden getild. Voor ons roept dat een logische en belangrijke vraag op: waarom is de raad niet veel eerder en veel duidelijker geïnformeerd over een rapport dat toen al in bezit van het college was? Het rapport zelf draagt immers de datum 21 november 2025. Wij hebben hier weer vragen over gesteld.

Hoofdlijn

De hoofdlijn van het rapport is helder en stevig. Lysias concludeert dat de gemeente meermaals heeft voorgesteld om met één initiatief door te gaan, terwijl dat initiatief net als de andere initiatieven niet voldeed aan de kaders. Volgens de gepubliceerde uitvraag was dat wel vereist. Daarmee is volgens het rapport afgeweken van de eigen spelregels. Dat zette spanning op de juridische houdbaarheid en op een zuiver proces, terwijl ook de belangen van initiatiefnemers onvoldoende zijn meegewogen. Lysias concludeert bovendien dat de kaders, aanvullende selectiecriteria en puntentelling zoals deze zijn toegepast, in het wegings- en beoordelingsproces niet juridisch houdbaar waren.

Het probleem zat niet alleen in de eindafweging, maar al veel eerder in de opzet van het traject. Het rapport stelt dat de ambtelijke organisatie de kaders heeft opgesteld vanuit het vertrekpunt ‘natuur leidend’, terwijl binnen de gemeente specifieke kennis over natuurbegraven beperkt aanwezig was. Volgens Lysias is onvoldoende kritisch onderzocht hoe die kaders in de praktijk zouden werken. Het college en de raad hebben daar vervolgens geen zichtbare toegevoegde waarde aan geleverd. Ook de vraag of er behoefte was aan één of twee natuurbegraafplaatsen kwam volgens het rapport pas laat aan de orde, terwijl dat gesprek juist vooraf gevoerd had moeten worden.

Zwakke basis

Ook inhoudelijk was de basis zwak. Lysias noemt de minimale omvang van 5 hectare en de eis van 100 hectare natuurbeheer arbitrair. Daarnaast stelt het rapport vast dat de gemeente zelf niet had berekend wat de lokale behoefte aan natuurbegraafplaatsen was en dat in de kaders geen aandacht was voor de economische continuïteit van de initiatiefnemer. Dat is geen detail. Daarmee werd wel een zware meetlat opgetuigd, maar zonder deugdelijke onderbouwing van markt, behoefte en financiële haalbaarheid.

Daar komt bij dat signalen uit de praktijk onvoldoende zijn benut. Het rapport laat zien dat initiatiefnemers op de conceptkaders hebben meegelezen en feedback hebben gegeven. Pelgrimshof wees begin december 2023 al op concrete problemen, onder meer rond waterhuishouding, bodemroering, de keuze tussen natuurbeheer en uitvaartkennis en de vraag of 5 hectare direct gerealiseerd moest zijn of gefaseerde groei ook mogelijk was.

Signalen genegeerd

Toch zijn die signalen niet gebruikt om de kaders fundamenteel te herijken. Het rapport merkt bovendien zelf op dat ook binnen een zuiver proces contact met initiatiefnemers gewoon mogelijk is, zolang alle partijen maar over dezelfde informatie beschikken en het gelijke speelveld wordt bewaakt. Juist dat maakt zichtbaar dat niet alleen de kaders zwak waren, maar ook dat kansen zijn gemist om tijdig te corrigeren.

De evaluatie is ook duidelijk over de rol van het college. Lysias schrijft dat het college de raad beter in positie had moeten brengen op basis van de actieve informatieplicht, zeker toen de beoordelingen feitelijk op drie afwijzingen leken uit te komen. Ook stelt het rapport dat het college op meerdere momenten is afgeweken van de kaders. Het college had de aanvullende selectiecriteria buiten beeld moeten laten zolang geen van de initiatieven voldeed aan de kaders. Zowel het voorstel van november 2024 als het voorstel van maart 2025 paste volgens het rapport niet binnen de vastgestelde kaders. Bovendien noemt Lysias als duidelijkste voorbeeld dat het college niet terugging naar de raad toen het concludeerde dat geen van de initiatieven voldeed aan de vastgestelde kaders.

Allemaal zaken waar Politiek op Inhoud gedurende heel dit traject aandacht voor vroeg bij het college.

De eerste commissiebehandeling van 27 november 2024 liet al zien waar het in dit dossier misging. Geen van de drie initiatieven voldeed aan de kaders, maar het college wilde toch met één initiatief doorgaan. Het rapport bevestigt dat dit voorstel niet met de kaders strookte en dat het voorstel uiteindelijk niet rijp werd geacht voor besluitvorming.

Coalitie volgt blind college

In onze ogen hebben CDA en Dorpspartij op dat moment hun controlerende taak onvoldoende ingevuld door vast te houden aan de lijn van het college. Door ons doorvragen en doordat wij ook andere partijen, waaronder de Lokale Realisten, overtuigden dat dit voorstel niet rijp was voor besluitvorming, ontstond alsnog een meerderheid om het voorstel terug te sturen. Dat moment is bestuurlijk relevant, omdat daar zichtbaar werd dat de controlerende rol niet vanzelfsprekend door de coalitie werd ingevuld, terwijl het rapport juist bevestigt dat het college de raad eerder en beter had moeten informeren.

Reconstructie niet geheel juist

Op één cruciaal punt wordt er geen juiste reconstructie gegeven in het rapport. In de tijdlijn staat dat de waarnemend portefeuillehouder een passage in de gepubliceerde kaders zag die niet strookte met het collegevoorstel, dat hij dit enkele uren voor de raadsvergadering (10 april) met de coalitiepartijen deelde en dat daarna een amendement werd voorbereid om de kaders in te trekken.

Maar die volgorde klopt niet met de feiten. Ons amendement lag al openbaar op tafel (9 april 2025 om 14.01 uur ) voordat de wethouder zijn conclusie met de coalitie deelde. Daarmee was het amendement al zichtbaar vóór de raadsvergadering en dus ook vóór het moment waarop de wethouder volgens het rapport zijn conclusie in coalitiekring deelde.

Ons amendement was geen reactie achteraf op een laat inzicht van de wethouder. Ons amendement bevatte al de volledige correctielijn: vaststellen dat geen van de drie initiatieven voldeed aan de kaders, erkennen dat op basis van de vastgestelde procedure met geen van de plannen kon worden doorgegaan, constateren dat de kaders onvoldoende aansloten bij de praktijk, de gepubliceerde kaders intrekken en een vervolg starten waarin de drie eerdere initiatiefnemers opnieuw kunnen indienen op basis van geldende wet- en regelgeving en een goede ruimtelijke onderbouwing.

Ook was daarin al geborgd dat bij een buitenplanse omgevingsplanactiviteit het bindend adviesrecht van de raad vooraf van toepassing zou zijn. Dat staat letterlijk in het amendement dat wij hebben ingediend.

Daarmee is de zuivere conclusie niet dat uit overleg van de wethouder met de coalitie een amendement is ontstaan zoals het rapport suggereert. De zuivere conclusie is dat ons amendement er al lag en dat de wethouder daarna tot dezelfde conclusie kwam als die welke in ons amendement al volledig was uitgewerkt. Anders gezegd: ons amendement was niet het gevolg van het late inzicht van de wethouder. Veel logischer is dat de reeds gepubliceerde amendementslijn bevestigde dat het collegevoorstel geen stand hield binnen de eigen kaders.

Wethouder informeert eerst coalitie

Als een waarnemend CDA-wethouder tot de conclusie komt dat het voorstel van het eigen college niet binnen de gepubliceerde kaders past, dan is het bestuurlijk vreemd dat die conclusie volgens het rapport alleen met de coalitie is gedeeld.

Dat ging immers niet om politieke tactiek, maar om informatie die rechtstreeks relevant was voor de voltallige raad op het moment dat het voorstel in behandeling kwam. Het rapport zegt zelf dat het college de raad beter in positie had moeten brengen op basis van de actieve informatieplicht. Tegen die eigen maatstaf is het moeilijk uit te leggen dat zo’n wezenlijke constatering eerst in coalitiekring wordt gedeeld en niet direct met de hele raad.

De betekenis van ons amendement is daarom groter dan alleen een politiek bijsturingsmoment. Het amendement haalde een voorstel van tafel dat volgens Lysias niet binnen de gepubliceerde kaders paste en onderdeel was van een systematiek die juridisch niet houdbaar was. Het rapport waarschuwt bovendien dat afwijken van het besluit van 10 april 2025 tot meer verwarring bij initiatiefnemers kan leiden en nog meer druk zet op de juridische houdbaarheid van het doorlopen proces.

Voor beide vervolgroutes adviseert Lysias daarom juridische expertise in te schakelen. Tegen die achtergrond is het goed verdedigbaar dat ons amendement niet alleen politiek heeft gecorrigeerd, maar ook het risico op verdere juridische escalatie wezenlijk heeft verkleind.

Markt en behoefte

Ook op het punt van markt en behoefte maakt het rapport zichtbaar hoe wankel de basis was. De raad heeft nooit vastgelegd dat natuurbegraven in Gemert-Bakel alleen voor een puur lokale markt bedoeld was. De raad gaf juist ruimte aan maximaal twee locaties, maximaal één per voormalige gemeente. Tegelijk stelt Lysias vast dat de gemeente vooraf geen behoefteonderzoek had gedaan, geen relatie had gelegd tussen de minimale omvang van een initiatief en de lokale behoefte en pas veel later met rekensommen kwam om te betogen dat één natuurbegraafplaats al voldoende zou zijn. Wie dat naast elkaar legt, ziet meteen dat de oorspronkelijke kaders niet op een consistente markt- en behoefteanalyse waren gebaseerd. Als één initiatief al genoeg zou zijn voor de lokale behoefte, dan kan ruimte voor twee locaties niet overtuigend worden verklaard zonder een bredere dan louter lokale marktlogica.

Conclusie

Voor ons bevestigt dit rapport daarom drie dingen.

Ten eerste: het dossier natuurbegraven is niet vastgelopen door één initiatief, maar door zwakke kaders, een onzuivere beoordelingssystematiek, onvoldoende benutting van signalen uit de praktijk en een college dat de raad te laat en te beperkt informeerde.

Ten tweede: de reconstructie van de laatste fase is op een wezenlijk punt onvolledig. Ons amendement lag al openbaar klaar voordat de wethouder zijn conclusie met de coalitie deelde. Daarmee lag de bestuurlijke correctie al eerder op tafel.

Ten derde: de controlerende taak van de coalitie heeft juist in de beginfase onvoldoende gefunctioneerd. Toen al duidelijk werd dat de gekozen lijn bestuurlijk en juridisch wankelde, had eerder afstand moeten worden genomen van het collegevoorstel.

De bredere les is dat dit soort fouten eerder kunnen worden voorkomen als collegiaal bestuur ook werkelijk wordt ingevuld: met ruimte voor tegenspraak binnen het college, met wethouders die ook kritisch meekijken buiten hun eigen portefeuille en met coalitiepartijen die hun controlerende rol serieus nemen.

Dat punt hebben wij eerder al in de raad naar voren gebracht, maar toen vond het bij het college geen gehoor. Wij hopen dat deze evaluatie ertoe leidt dat die waarschuwing nu alsnog serieus wordt genomen.

Eerdere vragen

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *