Het ED-artikel van 17 december 2025 over Veldhoven en Jeugdbescherming Brabant (JBB) laat iets zien dat veel breder speelt dan één gemeente of één instelling: zodra de druk oploopt in de jeugdketen, verschuift verantwoordelijkheid razendsnel. Iedereen heeft een rol, iedereen heeft een stukje, maar als het spannend wordt, pakt niemand het geheel. En precies dan betaalt het kind de prijs.
Wat er gebeurt als je gaat schuiven met verantwoordelijkheid
In Veldhoven gaat het om drie kinderen die in oktober 2024 zijn geplaatst bij gezinshuis De Hoeve in Herveld, gelieerd aan Mesa/Mesazorg. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd zag ernstige tekortkomingen en gaf op 12 december 2024 een aanwijzing met cliëntenstop: De Hoeve mocht tijdelijk geen nieuwe jeugdigen meer aannemen.
Daarna zie je het klassieke ketenpatroon: degene die ziet dat kwaliteit/veiligheid niet klopt, is verplicht om door te pakken. Niet alleen terugkoppelen, maar melden met hersteltermijn. En als het niet wordt opgelost: naar college EN raad.
Zorgcowboys bestaan omdat schaarste ze ruimte geeft
Dit probleem wordt groter door schaarste. En schaarste maakt nog iets anders mogelijk: zorgcowboys. Omroep Brabant beschreef op 22 april 2025 hoe gemeenten in de regio Den Bosch een winstplafond probeerden (maximaal vijf procent nettowinst), maar dat dit in de praktijk lastig te handhaven is en omzeild kan worden via constructies. In hetzelfde verhaal wordt uitgelegd waarom gemeenten tóch blijven plaatsen: “soms is er simpelweg geen alternatief” bij crisis, en dan moet een jongere “ergens” heen.
Dat is de kern: zorgcowboys kunnen blijven “cashen” omdat de keten op piekmomenten gegijzeld wordt door een gebrek aan plekken. Als de regio geen buffer heeft, wint degene met een bed. Dan verliest kwaliteit het van beschikbaarheid, en verliest de overheid grip op geld én op normen.
Specialistische naschoolse opvang laat hetzelfde patroon al zien
Wie denkt dat dit alleen speelt bij uithuisplaatsing of zware jeugdbescherming, hoeft maar naar de discussie over specialistische naschoolse opvang te kijken. Ook daar zie je hoe het misgaat als besluiten financieel gedreven worden genomen en effecten onvoldoende zichtbaar zijn: gezinnen voelen direct de klap, professionals lopen vast, en bestuur en raad krijgen het gesprek vaak pas goed op tafel als er al schade is of als de druk publiek wordt. Het is dezelfde ketenmist, maar dan in “dagelijkse” ondersteuning.
- 13 oktober Stop op specialistische buitenschoolse opvang: ‘Kinderen kunnen naar gewone opvang’
- 19 oktober Nieuws overvalt ouders: Waar moeten Cas (6) en 130 andere kinderen naartoe als de specialistische opvang stopt?
- 27 oktober Wethouder Helmond belooft alternatief als kinderopvang stopt, maar moet nog uitzoeken wat voor hulp dat wordt
- 31 oktober Lezer over stoppen van specialistische naschoolse opvang: ‘Een leven lang meer zorg is nog duurder’
- 3 november Spoeddebat gemeenteraad Geldrop-Mierlo over wegbezuinigen van opvang voor kinderen met beperking
- 17 november Kluppluz vraagt raad Veldhoven om uitstel: ‘Voorkom dat kinderen per 1 januari tussen wal en schip vallen’
- 6 december Geldrop in gesprek met oud-directeur Kluppluz voor alternatieve opvang van kinderen met een beperking
- 8 december Geldrop-Mierlo in zee met Voor Jouw, opvang voor kinderen met een beperking
Stop met polderen als de ketenpartner niet levert
Hier moet iets veranderen in houding, ook bij professionele organisaties. Polderen is prima als je samen bouwt. Maar polderen is fout als het betekent dat je doorpraat terwijl je intussen niet kunt garanderen dat de zorg veilig en goed is.
In het voorbeeld Veldhoven is een zakelijkere lijn nodig. Niet alleen: “wij koppelen het terug.” Maar ook:
wij kunnen onder deze omstandigheden geen goede opvang meer garanderen. Gemeente, u schept onvoldoende kaders of onvoldoende beschikbaarheid om verantwoord te kunnen plaatsen. Daarom melden wij dit formeel, en als dit niet binnen een afgesproken termijn verbetert, informeren wij bestuur en raad.
Als je werkt met kinderen, mag je niet wachten tot “het groot genoeg” is of tot het in de krant staat. Dan moet je escaleren. En ja: dan hoort de raad het te weten, omdat de raad budgetrecht heeft en uiteindelijk wordt aangesproken op de uitkomst.
Als de jeugdzorgketen faalt, betaalt het kind de prijs. Dat is geen mening, dat is wat we nu zien gebeuren – Jan Vroomans Politiek op Inhoud
De sprong naar 10 voor de jeugd: nu gaat de regio aan de knoppen draaien
En dit is precies waarom 10 voor de jeugd nu zo’n belangrijk moment is. De regio staat aan de vooravond van ingrijpende keuzes richting 2028, vooral gevoed door prognoses en geld: minder inzet van dure specialistische jeugdhulp, meer sturen op toegang, normaliseren, preventie en lichtere ondersteuning. Dat klinkt bestuurlijk logisch, maar het betekent in de praktijk dat je aan de knoppen draait van indicaties, wachttijden, contracten, tarieven en capaciteit. En dus aan de knoppen van veiligheid en ontwikkelkansen van kinderen.
Als 10 voor de jeugd vooral een financieel project wordt, krijg je straks hetzelfde als in Veldhoven, maar dan regionaal: gemeenten naar aanbieders, aanbieders naar gemeenten, uitvoering naar “het systeem”, en uiteindelijk ligt het probleem bij het kind.
De raad moet dominanter worden: visie, ondergrens en escalatie
Daarom is “bijpraten” niet genoeg. De raad moet aan de voorkant dominanter zijn en drie dingen afdwingen:
- Eén: visie die echt iets betekent
Kind centraal is geen slogan. Het is een toets. Dat betekent dat je vooraf vastlegt wat niet onderhandelbaar is: veiligheid, minimale kwaliteit, maximale wachttijd, continuïteit, en heldere escalatie als het misgaat.
- Twee: effect in beeld vóórdat er wordt gesneden
Elke maatregel die geld bespaart, moet een effectbeeld hebben. Niet alleen een spreadsheet, maar: wat doet dit met wachttijden, crisis, uithuisplaatsing, schooluitval, en druk op gezinnen? Zonder dat is het gokken met kwetsbare kinderen.
- Drie: escalatieplicht in de keten
Niet “we bespreken het in overleggen”, maar harde afspraken: wanneer meldt een professional dat het niet meer verantwoord is, aan wie, binnen welke termijn, en wanneer moet het college de raad informeren? Problemen horen niet per toeval of via de krant naar buiten te komen.
Een denkrichting die echt helpt: open als regio zelf opvanghuizen
Als we zorgcowboys en schaarste serieus willen aanpakken, moet je meer doen dan regels stapelen. Je moet de afhankelijkheid doorbreken die schaarste veroorzaakt.
Een praktische denkrichting is daarom: open als regio zelf een beperkt aantal opvanghuizen of kleinschalige woonvoorzieningen (publieke basiscapaciteit). Niet om “alles over te nemen”, maar om altijd een fatsoenlijke basisplek te hebben voor de situaties waar je niet mag gokken.
Waarom dit werkt:
- Het werkt nivellerend op de markt
Als je zelf basiscapaciteit hebt, ben je minder afhankelijk van de partij die toevallig plek heeft. Dat haalt paniek uit de keten en duwt de markt richting kwaliteit in plaats van richting beschikbaarheid.
- Je krijgt echte controle op kwaliteit
Je kunt sturen op personeel, opleiding, meldlijnen, transparantie en snelle interventie. Dat voorkomt dat signalen rondzingen in overleggen zonder dat iemand doorpakt.
- Het kan kostendekkend worden ingericht
Niet door magie, maar door verschuiving: minder dure noodplaatsingen, minder crisiscapaciteit tegen toptarieven, minder weglek van geld via constructies waar je weinig grip op hebt. Omroep Brabant laat zien dat alleen winstplafonds en regels zorgcowboys niet vanzelf stoppen; grip vraagt ook eigen capaciteit en minder schaarste.
Den Haag: als taken verplicht zijn, moet je ook randvoorwaarden afdwingen
En dan is er nog een tweede polder die we te lang als vanzelfsprekend behandelen: Den Haag en gemeenten. Gemeenten hebben wettelijke taken onder de Jeugdwet. Als het rijk vervolgens de basishouding kiest dat gemeenten hun tekorten “zelf maar moeten oplossen”, dan schuift het probleem omlaag de keten in. Helmond waarschuwde hiervoor in het ED: gemeenten wacht een “hels karwei” als het rijk de rekening laat liggen bij gemeenten. Dat is niet alleen financieel onhoudbaar, het is bestuurlijk verkeerd, omdat het de druk uiteindelijk neerlegt bij kinderen en gezinnen.
Die houding moeten we niet accepteren als natuurwet. Als de overheid taken verplicht oplegt, maar structureel niet de middelen levert om die taken behoorlijk en kostendekkend uit te voeren, dan kom je in de buurt van onbehoorlijk bestuur: verantwoordelijkheid zonder randvoorwaarden. Dan is het niet genoeg om te blijven polderen en “in gesprek” te zijn. Dan moet je als regio ook grenzen trekken: dit is de ondergrens die wij garanderen, en als het rijk die ondergrens financieel onmogelijk maakt, dan hoort dat publiek en politiek zichtbaar te worden.
En precies daarom hoort er meer scherpte bij 10 voor de jeugd: niet alleen nieuwe inkoop, nieuwe routes en nieuwe afspraken, maar ook de vraag waarom we dit niet onafhankelijk en juridisch laten toetsen. Waar ligt de grens van behoorlijke taakuitvoering als de financiering structureel tekortschiet? En waarom spreken rijk en gemeenten niet veel helderder af hoe we financieel met elkaar omgaan, zodat het tekort niet telkens wordt opgelost door te snijden in hulp, met als eerste effect bij de meest kwetsbare kinderen.
In ons vervolgartikel “Welke financiële plichten heeft het rijk in de jeugdzorg?” werken we precies dit financiële punt verder uit. Want als schaarste en budgetdruk de jeugdzorgketen laten schuiven, is de vraag niet alleen wat gemeenten en professionals anders moeten doen, maar ook welke minimale financiële randvoorwaarden het rijk moet borgen zodat gemeenten hun wettelijke jeugdzorgtaak behoorlijk kunnen uitvoeren. Lees het vervolg hier:
Tot slot
Veldhoven laat zien hoe snel verantwoordelijkheid verdampt zodra het moeilijk wordt. Specialistische naschoolse opvang laat zien dat dit ook in “gewone” ondersteuning speelt. 10 voor de jeugd bepaalt of we hiervan leren, of dat we het op regionale schaal herhalen.
De kern blijft: het kind moet centraal staan. Dat betekent minder mist, minder afschuiven, minder eindeloos polderen. En meer: duidelijke kaders, open effectbeelden, escalatie naar de raad als het niet deugt, en durf om de keten te versterken met eigen regionale opvangcapaciteit zodat schaarste niet langer de baas is.
Jan Vroomans
Fractievoorzitter Politiek op Inhoud